Sunday, May 20, 2012 Register  Login

You are here: Nieuwsbrief » Februari 2004  
Nieuwsbrief
  
Nieuwsbrief Februari 2004

Inhoudsopgave


Voorwoord van de voorzitter

Beleidsplan 2004 en verder
Het bestuur heeft zich in een drietal brainstormsessies beraden op de koers die de SDR in de komende jaren dient te varen en heeft een aantal prioriteiten vastgesteld. De missie van de SDR blijft onveranderd: het overbruggen van de (imaginaire) kloof tussen rechtsplegers en deskundigen. In de komende jaren wordt de aandacht daartoe vooral gericht op de deskundigen en wel door het entameren van een brede opleiding en het opzetten van een deskundigenregister voor deskundigen waarop (voornamelijk) een beroep wordt gedaan in civiele en bestuursrechterlijke procedures. Daarbij wordt nauw contact gehouden met CFE, het Consilium Forensische Experts (voorheen de Raad en Register voor Forensische Experts). Dit is een vergelijkbaar initiatief voor deskundigen in het strafrecht, waarover in de SDR-Nieuwsbrief van juni 2003 werd bericht. Voor wat de opleidingen betreft, ligt er nu een concreet voorstel van de Universiteit Leiden. Met betrekking tot het register zijn er twee werkgroepen bezig. Een die zich bezighoudt met de inhoudelijke aspecten (wie wordt onder welke voorwaarden geregistreerd) en een tweede groep die de logistieke mogelijkheden verkent (wie houdt het register bij, hoe wordt dit toegankelijk gemaakt etc.). Elders in deze SDR-nieuwsbrief wordt op de plannen nader ingegaan. Daar vindt u ook het e-mailadres waar u uw belangstelling kenbaar kunt maken.

In verband met de opleiding is er ook contact geweest met prof. Piet Taelman van de Universiteit van Gent, waar een opleiding, zoals de SDR die voor ogen staat al sinds 1999 bestaat. In de SDR-nieuwsbrief van februari 2003 is daarover al het een en ander geschreven. Prof. Taelman zal dit jaar een inleiding geven voor de SDR om uiteen te zetten hoe een en ander in België gerealiseerd is en welke ervaring inmiddels is opgedaan. De aankondiging van deze studiebijeenkomst vindt u elders in deze nieuwsbrief.

Prof. dr. A.P.A. Broeders
Onze voorzitter van de Raad van Aanbeveling van de SDR, Ton Broeders is op 3 december 2003 gepromoveerd op 'het' onderwerp van de criminalistiek: "over de grondslagen van de criminalistiek en de waardering van het forensisch bewijs". En met ingang van 1 januari 2004 is hij vanwege de Stichting Leerstoel Criminalistiek benoemd tot bijzonder hoogleraar criminalistiek aan de Universiteit Leiden. Het is een deeltijdfunctie, die Prof. Broeders zal combineren met zijn werk als chief scientist van het Nederlands Forensisch Instituut. Indirect volgt Broeders Prof. E.R. Groeneveld op, die eind 1999 met emeritaat ging. In de tussentijd is de leerstoel waargenomen door Prof. J.F. Nijboer, hoogleraar bewijs en bewijsrecht aan de Universiteit Leiden en bestuurslid van de SDR. Elders in deze SDR-nieuwsbrief wordt nader ingegaan op het proefschrift. Op deze plaats is (nogmaals) een felicitatie van het bestuur aan Ton Broeders op zijn plaats!

Uw voorzitter, John A. Coster van Voorhout.

[1] Vorige versies van de SDR-nieuwsbrief zijn te raadplegen via de website www.sdrnet.nl

[2] In de loop van het voorjaar zal de overgang van de leerstoel aanleiding vormen voor een klein symposium over "de taakopvatting van de deskundige".

terug naar inhoudsopgave


SDR-lezingen 2004

Zoals gebruikelijk worden er ook in dit jaar weer een drietal SDR-lezingen gegeven, steeds van 19:00 tot (ca.) 21:00 uur in het Vergadercentrum Hoog Brabant te Utrecht. De onderwerpen die dit jaar aan de orde zullen komen zijn:

  • Opleiding voor gerechtelijke deskundigen; ervaringen sinds 1999 in België van het Opleidingsinstituut voor Gerechtelijke Experten van de Universiteit van Gent
  • Aansprakelijkheid van deskundigen
  • Vergoeding van personenschade (zie ook het artikel 'Causaliteit, medisch traject en deskundigenbericht' elders in deze nieuwsbrief)

Het plan is om deze onderwerpen in maart, mei en september te behandelen, maar de volgorde en de data zijn nog niet bekend. Er wordt op dit moment namelijk nog hard gewerkt aan het opstellen van het programma en het overleg met de sprekers, maar iedereen die is ingeschreven als abonnee op deze nieuwsbrief krijgt per e-mail een uitnodiging toegestuurd. De actuele gegevens zullen bovendien op de SDR-website gepubliceerd worden.

terug naar inhoudsopgave


SDR-Symposium

"Argumentatie en taalgebruik" 17 november 2004 
Voor het jaarlijkse SDR-symposium is al wel een datum vastgesteld: woensdag 17 november 2004 en ook het onderwerp heeft min of meer vastomlijnde vorm gekregen. Centraal staat de rapportage van de deskundige, die vanuit verschillende invalshoeken belicht zal worden door gebruikers en opstellers van deskundigenberichten. Daarnaast zal in verschillende workshops het "handwerk" aan de orde komen. Een uitgebreidere beschrijving van deze ongetwijfeld interessante dag, treft u aan in de volgende nieuwsbrief.

Oproep
Wanneer u suggesties heeft voor de (verdere) invulling van deze dag, dan worden deze graag ingewacht door de organisator prof. J.F. (Hans) Nijboer. Zijn e-mailadres is: J.f.nijboer@mailbox.leidenuniv.nl

terug naar inhoudsopgave


Wie is Wie in de SDR

Het Bestuur
De SDR is een stichting die bestuurd wordt door een zestal enthousiaste vrijwilligers, afkomstig uit verschillende disciplines.

mr. John Coster van Voorhout (voorzitter), 57 jaar, raadsheer gerechtshof te Arnhem. In het Openbaar Ministerie werkzaam geweest tot half van het jaar 2002, daarna overgestapt naar de zittende magistratuur. Bijzondere professionele interesse: deskundigen(bewijs) in het (proces)recht (in alle rechtsgebieden)

mr. Erik-Jan Zippro (secretaris) 28 jaar, studeerde in 2001 af aan de VU en is sinds augustus 2001 als assistent in opleiding verbonden aan de Afdeling Burgerlijk Recht van de Universiteit Leiden. Hij bereidt een proefschrift voor over de privaatrechtelijke handhaving van Europees en Nederlands mededingingsrecht. Belangrijk onderdeel daarvan is de vraag hoe om te gaan met de inzet van economisch deskundigen in mededingingsrechtelijke procedures.

drs. Dirk van Sluis MBA MBI RV (penningmeester), 38 jaar, oprichter/directeur van Talanton Corporate Finance BV, studeerde bedrijfseconomie en econometrie en studeerde af als register valuator. Beëdigd als makelaar/taxateur in bedrijfsbelangen en gespecialiseerd in de begeleiding van fusies en overnames, waardebepaling en Forensic Valuation.

ir. Reinold D. van Bruggen, 38 jaar, directeur van Mitopics BV, een onafhankelijk IT adviesbureau, studeerde informatica en bedrijfskunde en is in 1995 beëdigd als makelaar in hard- en software. Specifieke aandachtspunten bij zijn werk zijn contracteren, contractmanagement en het optreden als mediator en deskundige bij geschillen over ICT.

prof. mr. Hans Nijboer, 52 jaar, hoogleraar bewijs en bewijsrecht aan de Universiteit Leiden (strafrecht), hoogleraar-directeur van het Seminarium voor bewijsrecht aan de Universiteit Leiden, raadsheer.bij het Hof Amsterdam en onder meer verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

mr. Sytze Wiersma, 55 jaar, als jurist verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en betrokken bij de scholing en training van de NFI-deskundigen, die onder meer in de oefenrechtbank, getraind worden om de rapporten ook ter zitting overtuigend te presenteren en conclusies zo te formuleren dat er geen begripsverwarring ontstaat over de (juridische) interpretatie daarvan.

terug naar inhoudsopgave


Opleiding en Register voor Gerechtelijke Deskundigen

Register
De SDR heeft besloten een register in te richten waarin - kort gezegd - deskundigen worden opgenomen waarop rechtsplegers in het civiele recht en het bestuursrecht met een gerust hart een beroep kunnen doen. Deze deskundigen zullen namelijk, om opgenomen te worden in het register, aan moeten tonen dat zij voldoen aan een aantal kwaliteitscriteria. Zij zullen niet alleen deskundig dienen te zijn op hun eigen terrein, maar moeten tevens een opleiding gevolgd hebben, die hen in staat stelt om effectief op te kunnen treden als deskundige in de rechtspleging. Elke individuele aanvraag tot registratie zal beoordeeld worden door een breed samengestelde commissie, op basis van heldere criteria. Deze commissie zal ook eisen formuleren met betrekking tot de te volgen deskundigenopleiding.

Opleidingen
Op de oproep in onze vorige nieuwsbrief kwam een reactie van de Vrij Universiteit, waar al enige tijd gewerkt wordt aan een opleiding voor medisch deskundigen in de interdisciplinaire werkgroep medische deskundigen (IWMD). De contacten hebben echter (nog) niet tot een concreet resultaat geleid, met name omdat de SDR uitgaat van een brede opleiding en de werkgroep van de VU zich concentreert op een specialistische opleiding per vakgebied.

Concreet voorstel van PAO Leiden
Juridisch PAO Leiden heeft inmiddels concrete plannen neergelegd voor een opleiding, zoals de SDR die voor ogen staat. Deze opleiding die 20 dagdelen omvat, zou medio september 2004 van start kunnen gaan en wordt dan in maart 2005 afgesloten met een examen. In beginsel hebben de Leidse hoogleraren Nijboer, Asser en Brenninkmeijer zich bereid verklaard om "de kar te trekken". Dat is een veelbelovende inzet, die borg staat voor een hoog wetenschappelijk niveau. Daaraan draagt ook bij dat er met kleine groepen gewerkt gaat worden van in beginsel slechts 15 cursisten.

Oproep
Wanneer u belangstelling heeft voor een opleiding tot Gerechtelijk Deskundige en voor inschrijving in het Register, dan kunt u dat kenbaar maken door het sturen van een e-mail aan info@deskundigenregister.nl. U krijgt dan per e-mail enkele vragen voorgelegd over uw vakgebied, uw vooropleiding etc. U wordt daarna op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. De SDR stelt uw reactie zeer op prijs. Die kan helpen om de benodigde opleidingscapaciteit enigszins in te kunnen schatten en geeft ook enig zicht op de spreiding van de vakgebieden. Uw belangstelling verplicht uiteraard tot niets. Maar als uw reactie op deze oproep binnen drie weken na verschijning van deze nieuwsbrief door ons ontvangen is en wanneer u de gestelde vragen daarna beantwoordt, dan zal de SDR u te zijner tijd een korting van € 25 geven op de kosten van inschrijving in het register. Daaraan is wel de voorwaarde verbonden dat u zich binnen 2 jaar na openstelling daarvan aanmeldt voor inschrijving in het Register.

Korting op de cursusprijs
Uw reactie op de hiervoor gedane oproep kan nog meer voordeel opleveren, want degenen die zich nu als belangstellenden voor de opleiding melden, krijgen enige tijd voordat de inschrijving voor de opleiding geopend wordt, persoonlijk bericht per e-mail. Dat is van belang omdat PAO-Leiden heeft toegezegd de eerste 15 aanmelders een korting van 10% op de cursusprijs te zullen geven.

Heeft u belangstelling voor de opleiding tot Geregistreerd Gerechtelijk Deskundige en/of inschrijving in het Deskundigenregister meldt u zich dan per e-mail op het adres info@deskundigenregister.nl

[1] Voor deskundigen in de strafrechtspleging is er een soortgelijk initiatief het Consilium voor Forensische Experts (CFE), voorheen Raad en Register voor Forensische Experts. Daarmee wordt uiteraard, waar mogelijk, samengewerkt.

terug naar inhoudsopgave


Literatuur
Een bijdrage van John Coster van Voorhout, voorzitter SDR

Er zijn twee interessante publicaties verschenen die van belang zijn voor de SDR belangstellenden, namelijk 'Op zoek naar de bron' en 'Causaliteit'.

Op zoek naar de bron 'Op zoek naar de bron' , (A.P.A. Broeders, Kluwer, ISBN 9013009646) 'over de grondslagen van de criminalistiek en de waardering van het forensisch bewijs' is het proefschrift van Ton Broeders (zie ook het voorwoord). Een opus magnum van 480 pagina's, het register , de samenvatting en het resumé niet meegerekend!

De flaptekst Een lid van het OM kwalificeert een haar waarvan het DNA-profiel overeenkomt met dat van de verdachte als 'keihard daderspoor'. Een rechtbank veroordeelt een politievrouw voor meineed, omdat ze volhoudt niet op een plaats delict te zijn geweest waar haar vingerafdruk zou zijn gevonden. Zowel de vingerafdruk als het DNA-profiel zijn zeer krachtige forensische identificatiemiddelen. Toch werd het gewicht ervan in heide gevallen veel te hoog ingeschat. Deze voorbeelden illustreren de problematiek die het onderwerp vormt van Op zoek naar de bron en - in meer algemene zin - van de criminalistiek of de forensische wetenschap: de waardering van het forensisch bewijs. Ook in de Nederlandse rechtspraak speelt deskundigenbewijs een steeds belangrijker rol, niet alleen hij de oordeelsvorming door de feitenrechter, zoals blijkt uit de zaak Lucy de B., de moorden op bejaarde vrouwen in Sint-Philipsland en Emmen en de Leidse balpenzaak, maar ook bij de behandeling van verzoeken tot cassatie of herziening door de Hoge Raad, zoals in de Puttense moordzaak en de Deventer moordzaak. Daarnaast worden door de inzet van geavanceerde forensische technieken steeds meer oude en koude strafzaken opgelost, zoals de Zaanse paskamermoord uit 1984. In dit boek worden de grondslagen van de traditionele criminalistiek verkend, wordt onderzocht waarop de klassieke forensische identificatiecriminalistiek haar verregaande aanspraken ten aanzien van de mogelijkheden tot absolute en unieke herkomstbepaling van vingersporen, handschrift of kogels baseert en hoe de bewijskracht daarvan zich verhoudt tot die van de jongste vorm van forensisch identificatieonderzoek, de DNA-profilering. Ook is er ruime aandacht voor de vaak delicate verhouding tussen de gerechtelijk deskundige en de jurist. Op zoek naar de bron richt zich op (strafrecht)juristen, forensisch onderzoekers, technisch en tactisch rechercheurs en voorts op allen die zich betrokken voelen bij de waarheidsvinding in het kader van de (straf)rechtspleging.

Dit proefschrift wordt uitgegeven in het kader van het onderzoeksprogramma 'Geschillenbeslechting' van het E.M. Meijers Instituut. Een van de interfacultaire projecten binnen dat programma is 'De rol en invloed van de niet-juridische deskundige'.

Causaliteit Het boek Causaliteit (mr. A. Hammerstein, prof. mr. A.J. Akkermans, prof. dr. M.G. Faure, prof. mr. W.H. van Boom, SDU uitgevers, ISBN 9059031768) bevat de tekst van het 14de LSA-symposion, gehouden op 31 januari 2003 te Scheveningen. De uitgave gaat in op een van de pijlers waarop aansprakelijkheid rust: het causale verband tussen de schadeveroorzakende gebeurtenis en de schade zelf. Sinds enkele jaren wordt in de rechtspraak wel het alternatief van de proportionele aansprakelijkheid gehanteerd. Deze 'tussenoplossing' roept echter ook allerlei vragen op. In dit boek vindt u antwoorden op deze vragen. De auteurs gaan ook in op de laatste ontwikkelingen rond het onderwerp causaliteit in dit nieuwe deel in de Letselschadereeks.

Juridische causaliteit behelst meer dan het natuurwetenschappelijke 'conditio sine qua non' Op pagina 1 stelt Hammerstein: "Causaliteit is een leerstuk dat dient tot afbakening van aansprakelijkheid voor schade en vaststelling van de omvang van de schade waarvoor aansprakelijkheid bestaat" In dit citaat gaat het nadrukkelijk om de juridische causaliteit. Die vorm van causaliteit is stellig normatief bepaald. Het gaat namelijk niet louter om een oorzaak-gevolg relatie, maar om wat een dader 'naar redelijkheid aan schade behoort te worden toegerekend', eventueel zelfs zonder dat een reële causaliteitsbodem wordt gelegd. Dus zelfs in die gevallen waar niet sprake is van een causale relatie kan het zo zijn dat het recht de dader het schadefeit ten behoeve van de benadeelde(n) toerekent. Je zou dus kunnen zeggen dat juridische causaliteit 'meer omhelst dan de natuurwetenschappelijke causaliteit'.

Mijn stelling is: de rechter hanteert een zodanig ruime vorm van causaliteitsbegrip dat daarmee alleen al de bestaande 'methodische' (epistemische) kloof tussen deze en de forensisch deskundige onoverbrugbaar blijkt te zijn.

Oproep: Wie vindt zich (niet) in deze stelling en wil daarop reageren?

Omdat ik causaliteit zo'n boeiend fenomeen (mysteriaans?) vindt - alhoewel de Engelse filosoof Bertrand Russell meende dat dit begrip moest worden afgeschaft, immers het zou niets toevoegen aan het weten/de kennis, zocht ik hetzelve ook in het proefschrift van dr. Broeders. Zie ik het goed dan wordt door deze het begrip causaliteit slechts ter zijde aangehaald (p.168) en dan alleen nog in verband met een waarschuwing tegen inductieve redeneringswijzen. De jurist heeft echter de (begrijpelijke) neiging om toch in ieder geval voetstoots van het vereiste van de conditio sine qua non (csqn) in de oorzaak-gevolg relatie binnen die voor hem vreemde wetenschap uit te gaan.

Voorbeelden. (De deskundige reikt het volgende aan csqn aan) Dat de werknemer een val van 'vier hoog' heeft gemaakt waardoor hij zijn been heeft gebroken, is te wijten aan de slechte conditie van en onderhoud aan het materieel (de ladder brak in tweeën) van de werkgever, waarmee de werknemer heeft moeten werken. Dat het slachtoffer de dood vond, is veroorzaakt door de vier schoten die hem in de hartstreek hebben geraakt. Dat het licht telkens uit- en aangaat, komt door het beroeren van de lichtknop.

terug naar inhoudsopgave


Opleiding bij het Nederlands Forensisch Instituut 
Een bijdrage van Lydia Bestebreur, Opleidingscoordinator NFI

De kwaliteit van de expertise van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is afhankelijk van de deskundigheid van de NFI-medewerkers. Daarom wordt er binnen dit instituut veel energie tijd en geld geïnvesteerd in het inwerken en opleiden van medewerkers.

Nieuwe medewerkers 
Nieuwe medewerkers worden ingewerkt aan de hand van een inwerkplan. Een inwerkplan bestaat in grote lijnen uit het kennismaken met de organisatie en haar werkwijzen en het verkrijgen van kennis en vaardigheden behorend bij het betreffende vakgebied. De benodigde kennis en vaardigheden worden verkregen middels literatuur studie, on the job trainingen, externe opleidingen, seminars en congressen en stages in binnen- en buitenland. Afhankelijk van de functie en de vooropleiding van de medewerker varieert de inwerktijd van een half jaar tot vier jaar.

Permanente educatie 
Na het inwerken van een medewerker wordt de kennis actueel gehouden en verder uitgebouw door permanente educatie. Afspraken over te volgen opleidingen, symposia, congressen of het afleggen van buitenlandse bezoeken worden gemaakt tijdens de jaarlijkse functioneringsgesprekken.

NFI-deskundige opleiding
Voor de medewerkers die eindverantwoordelijk zijn voor een zaakonderzoek, het opstellen van deskundige rapportages en het optreden als vast gerechtelijk deskundige ter zitting - de zogenaamde NFI-deskundigen - is een separaat opleidingsprogramma. Dit valt uiteen in een algemeen deel en een vakinhoudelijk deel.

Het algemeen deel is voor alle NFI deskundigen gelijk. Dit deel bestaat onder andere uit kennismaken met justitie en politie, cursussen op het gebied van recht, statistiek, criminalistiek, rapporteren, kwaliteit- en milieuzorg en een rechtbanktraining. Diverse onderdelen uit het algemeen deel worden afgesloten met een tentamen. Het vakinhoudelijk deel is afgestemd op het betreffende deskundigheidsgebied. Het bestaat, naast de elementen zoals genoemd bij het inwerkplan, uit het opdoen van kennis en ervaring met het uitvoeren en rapporteren van forensisch onderzoek, het zogenaamde zaakonderzoek.

De NFI-deskundige opleiding wordt afgesloten met een examen. Na het halen van dit examen wordt de deskundige tekenbevoegd voor het betreffende tekenbevoegdheidsgebied en wordt de beëdiging tot vast gerechtelijk deskundige aangevraagd bij het ressort parket Den Haag.

[1] De opleidingscoördinator is verantwoordelijk voor het opleidingsbeleid en het interne opleidingsprogramma.

terug naar inhoudsopgave


'Causaliteit, medisch traject en deskundigenbericht' 
Een bijdrage van Erik-Jan Zippro

Het Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade heeft onlangs een speciaal nummer uitgebracht met als thema 'Causaliteit, medisch traject en deskundigenbericht'. In dit themanummer zijn bijdragen verschenen van A.J. Akkermans, A.J. Van, M.H. Elferink, J.M. van de Laar, I.N. Tzankova en J.L. Smeehuijzen. Onderstaand een korte samenvatting van de bijdragen die in het themanummer zijn verschenen.

Causaliteit bij letselschade en medische expertise Prof.mr. A.J. Akkermans De bijdrage van Akkermans handelt over de hoofdlijnen van de juridische causaliteit bij letselschade, met name over het leerstuk van de predispositie. Hij gaat nader in op de vertaalslag naar de medisch adviseur en de medische expertise. Nadat hij enige aandacht besteedt aan de onderschatte consequenties van het bestaan van verschillende juridische causaliteitscriteria recapituleert hij het leerstuk van de predispositie en introduceert hij een schema als hulpmiddel voor de communicatie tussen de juridische en medische disciplines. Vervolgens bespreekt hij de invloed van een predispositie op de situatie met ongeval. Hij gaat daarbij met name in op de beperkte betekenis van de schadebeperkingsplicht van een benadeelde met psychische predispositie. De invloed van een predispositie op de hypothetische situatie zonder ongeval wordt vervolgens besproken. De problematiek van de afweging van goede en kwade kansen wordt daarbij betrokken en er wordt ingegaan op moeilijke kwesties als bewijslastverdeling en bewijswaardering. Akkermans sluit af met een bespreking van de vraag of psychische predisposities anders moeten worden behandeld dan lichamelijke en tot slot signaleert hij nog enkele problemen bij de fact finding met betrekking tot predisposities.

Vraag het aan de deskundige! Maar hoe? Mr. A.J. Van De bijdrage van Van handelt over de uiteenlopende wijzen waarop in de verschillende vraagstellingen de causaliteitsvraag is geformuleerd. Hij heeft geïnventariseerd wat er binnen de letselschadepraktijk zoal aan vraagstellingen circuleert. De verschillen bleken enorm. De gevonden vraagstellingen zijn voorgelegd aan de Interdisciplinaire Werkgroep Medische Deskundigen (IWMD), om te achterhalen welke argumenten schuilgaan achter genoemde verschillen. De Werkgroep is samengesteld uit medici en juristen uit de hoek van slachtoffers en verzekeraars, 'maar ook van meer 'neutraal' te achten huize', aldus Van. Uit het onderzoek blijkt dat het niet eenvoudig is de causaliteitsvraag zo te formuleren dat die in alle gevallen een antwoord oplevert waarmee men in de praktijk uit de voeten kan. Het artikel vormt op veel punten een weergave van de stand van zaken in een discussie die volgens Van nog lang niet is afgerond.

Inzage in de patiëntenkaart Mw. Mr. M.H. Elferink Er zijn gevallen waarin de aansprakelijke partij verdergaande inzage wenst in medische gegevens van het slachtoffer dan deze in het kader van de beoordeling van de schadevergoedingsvordering redelijk acht. Het recht op privacy van het slachtoffer (Art. 10 Gw; art. 8 EVRM) botst hier met het recht op een eerlijk proces in het kader van het equality of arms beginsel van de aansprakelijke partij zoals neergelegd in artikel 6 EVRM. De rechter moet in deze situatie een belangenafweging maken. In hoeverre mag de aansprakelijke partij in een letselschadeprocedure van een slachtoffer verlangen dat hij of zij de gehele patiëntenkaart overlegt? Zo ja, in welke gevallen en aan wie? Welke gezichtspunten spelen daarbij een rol en voor welke oplossing kiest de rechter? Dat zijn de vragen die in de bijdrage van Elferink worden behandeld.

Opleiding en registratie van medisch deskundigen, een breed gedragen initiatief Mw. Mr. J.M. van de Laar Het vinden van de juiste medisch deskundigen is een probleem dat in de letselschadepraktijk reeds jaren speelt. In de praktijk van de medische aansprakelijkheid is dat probleem waarschijnlijk nog groter. In de korte bijdrage van Van de Laar wordt 'the making of' beschreven van een instituut dat een opleiding en de registratie met een kwaliteitscontrole voor en van medisch deskundigen gaat verzorgen. De werktitel van het nog op te richten instituut luidt ORMED (Opleiding en registratie medische deskundigen).

Een 'academy of experts': nodig of overbodig? Mw. Mr. I.N. Tzankova In Nederland ontbreekt tot nu toe een centraal en voor eenieder toegankelijk register van deskundigen, waar men op basis van objectieve criteria zijn keuze zou kunnen maken. De inschakeling van een medisch deskundige gaat gepaard met veel discussie tussen het slachtoffer en de schadebehandelaar over tal van facetten, waarbij kan worden gedacht aan de keuze van de medisch specialist, de formulering van de vraagstelling, de interpretatie of de uitleg van het uiteindelijk uitgebrachte rapport etc. Voorstellen van de wederpartij worden wantrouwend bekeken en vaak afgewezen op grond van het enkele feit dat het afkomstig is van de wederpartij. Dit leidt tot onnodige polarisatie van de verhouding tussen slachtoffer en schadebehandelaar. Tzankova bespreekt in haar bijdrage hoe een dergelijke praktijk gecorrigeerd zou kunnen worden en welke ervaringen met de 'Academy of Experts' zoals die bestaat in het Verenigd Koninkrijk daarbij behulpzaam zouden kunnen zijn. Zij pleit er voor de mogelijkheden te onderzoeken de 'Academy of Experts' een Nederlandse uitbreiding te geven. Een onafhankelijke overkoepelende organisatie in Nederland naar voorbeeld van de vergelijkbare organisatie in het Verenigd Koninkrijk.

Wie is de deskundige eigenlijk? Pleidooi voor een 'disclosure statement' Mr. J.L. Smeehuijzen Het is in de Nederlandse (letselschade)praktijk ongebruikelijk dat een (medisch) deskundige in zijn rapportage over zichzelf meer dan oppervlakkige informatie verschaft. Het is vaak niet duidelijk welke opleiding hij genoten heeft, wat zijn professionele ervaring is, wie zijn werkgever is, hoe vaak hij eerder een deskundigenbericht heeft uitgebracht, wat zijn medisch-wetenschappelijke opvatting is over het letsel in kwestie etc. Smeehuijzen pleit in zijn bijdrage voor een disclosure statement. In het Verenigd Koninkrijk is het reeds regel dat expertiserapporten worden voorafgegaan door een disclosure statement. Smeehuijzen beziet in hoeverre het Engelse voorbeeld in Nederland naleving verdient.

[1] Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade 2003, nr. 4:

terug naar inhoudsopgave


Oproep aan de lezers

De redactie stelt er prijs op om bijdragen aan deze nieuwsbrief te ontvangen. Dat kunnen artikelen zijn, of commentaren op eerder geplaatste artikelen. Ook aankondigingen en nieuws dat van belang is voor onze lezers is welkom. U kunt uw bijdrage per e-mail sturen naar nieuwsbrief@sdrnet.nl of naar Postbus 514, 2800 AM Gouda .

Inhoudsopgave


Voorwoord van de voorzitter

Beleidsplan 2004 en verder
Het bestuur heeft zich in een drietal brainstormsessies beraden op de koers die de SDR in de komende jaren dient te varen en heeft een aantal prioriteiten vastgesteld. De missie van de SDR blijft onveranderd: het overbruggen van de (imaginaire) kloof tussen rechtsplegers en deskundigen. In de komende jaren wordt de aandacht daartoe vooral gericht op de deskundigen en wel door het entameren van een brede opleiding en het opzetten van een deskundigenregister voor deskundigen waarop (voornamelijk) een beroep wordt gedaan in civiele en bestuursrechterlijke procedures. Daarbij wordt nauw contact gehouden met CFE, het Consilium Forensische Experts (voorheen de Raad en Register voor Forensische Experts). Dit is een vergelijkbaar initiatief voor deskundigen in het strafrecht, waarover in de SDR-Nieuwsbrief van juni 2003 werd bericht. Voor wat de opleidingen betreft, ligt er nu een concreet voorstel van de Universiteit Leiden. Met betrekking tot het register zijn er twee werkgroepen bezig. Een die zich bezighoudt met de inhoudelijke aspecten (wie wordt onder welke voorwaarden geregistreerd) en een tweede groep die de logistieke mogelijkheden verkent (wie houdt het register bij, hoe wordt dit toegankelijk gemaakt etc.). Elders in deze SDR-nieuwsbrief wordt op de plannen nader ingegaan. Daar vindt u ook het e-mailadres waar u uw belangstelling kenbaar kunt maken.

In verband met de opleiding is er ook contact geweest met prof. Piet Taelman van de Universiteit van Gent, waar een opleiding, zoals de SDR die voor ogen staat al sinds 1999 bestaat. In de SDR-nieuwsbrief van februari 2003 is daarover al het een en ander geschreven. Prof. Taelman zal dit jaar een inleiding geven voor de SDR om uiteen te zetten hoe een en ander in België gerealiseerd is en welke ervaring inmiddels is opgedaan. De aankondiging van deze studiebijeenkomst vindt u elders in deze nieuwsbrief.

Prof. dr. A.P.A. Broeders
Onze voorzitter van de Raad van Aanbeveling van de SDR, Ton Broeders is op 3 december 2003 gepromoveerd op 'het' onderwerp van de criminalistiek: "over de grondslagen van de criminalistiek en de waardering van het forensisch bewijs". En met ingang van 1 januari 2004 is hij vanwege de Stichting Leerstoel Criminalistiek benoemd tot bijzonder hoogleraar criminalistiek aan de Universiteit Leiden. Het is een deeltijdfunctie, die Prof. Broeders zal combineren met zijn werk als chief scientist van het Nederlands Forensisch Instituut. Indirect volgt Broeders Prof. E.R. Groeneveld op, die eind 1999 met emeritaat ging. In de tussentijd is de leerstoel waargenomen door Prof. J.F. Nijboer, hoogleraar bewijs en bewijsrecht aan de Universiteit Leiden en bestuurslid van de SDR. Elders in deze SDR-nieuwsbrief wordt nader ingegaan op het proefschrift. Op deze plaats is (nogmaals) een felicitatie van het bestuur aan Ton Broeders op zijn plaats!

Uw voorzitter, John A. Coster van Voorhout.

[1] Vorige versies van de SDR-nieuwsbrief zijn te raadplegen via de website www.sdrnet.nl

[2] In de loop van het voorjaar zal de overgang van de leerstoel aanleiding vormen voor een klein symposium over "de taakopvatting van de deskundige".

terug naar inhoudsopgave


SDR-lezingen 2004

Zoals gebruikelijk worden er ook in dit jaar weer een drietal SDR-lezingen gegeven, steeds van 19:00 tot (ca.) 21:00 uur in het Vergadercentrum Hoog Brabant te Utrecht. De onderwerpen die dit jaar aan de orde zullen komen zijn:

  • Opleiding voor gerechtelijke deskundigen; ervaringen sinds 1999 in België van het Opleidingsinstituut voor Gerechtelijke Experten van de Universiteit van Gent
  • Aansprakelijkheid van deskundigen
  • Vergoeding van personenschade (zie ook het artikel 'Causaliteit, medisch traject en deskundigenbericht' elders in deze nieuwsbrief)

Het plan is om deze onderwerpen in maart, mei en september te behandelen, maar de volgorde en de data zijn nog niet bekend. Er wordt op dit moment namelijk nog hard gewerkt aan het opstellen van het programma en het overleg met de sprekers, maar iedereen die is ingeschreven als abonnee op deze nieuwsbrief krijgt per e-mail een uitnodiging toegestuurd. De actuele gegevens zullen bovendien op de SDR-website gepubliceerd worden.

terug naar inhoudsopgave


SDR-Symposium

"Argumentatie en taalgebruik" 17 november 2004 
Voor het jaarlijkse SDR-symposium is al wel een datum vastgesteld: woensdag 17 november 2004 en ook het onderwerp heeft min of meer vastomlijnde vorm gekregen. Centraal staat de rapportage van de deskundige, die vanuit verschillende invalshoeken belicht zal worden door gebruikers en opstellers van deskundigenberichten. Daarnaast zal in verschillende workshops het "handwerk" aan de orde komen. Een uitgebreidere beschrijving van deze ongetwijfeld interessante dag, treft u aan in de volgende nieuwsbrief.

Oproep
Wanneer u suggesties heeft voor de (verdere) invulling van deze dag, dan worden deze graag ingewacht door de organisator prof. J.F. (Hans) Nijboer. Zijn e-mailadres is: J.f.nijboer@mailbox.leidenuniv.nl

terug naar inhoudsopgave


Wie is Wie in de SDR

Het Bestuur
De SDR is een stichting die bestuurd wordt door een zestal enthousiaste vrijwilligers, afkomstig uit verschillende disciplines.

mr. John Coster van Voorhout (voorzitter), 57 jaar, raadsheer gerechtshof te Arnhem. In het Openbaar Ministerie werkzaam geweest tot half van het jaar 2002, daarna overgestapt naar de zittende magistratuur. Bijzondere professionele interesse: deskundigen(bewijs) in het (proces)recht (in alle rechtsgebieden)

mr. Erik-Jan Zippro (secretaris) 28 jaar, studeerde in 2001 af aan de VU en is sinds augustus 2001 als assistent in opleiding verbonden aan de Afdeling Burgerlijk Recht van de Universiteit Leiden. Hij bereidt een proefschrift voor over de privaatrechtelijke handhaving van Europees en Nederlands mededingingsrecht. Belangrijk onderdeel daarvan is de vraag hoe om te gaan met de inzet van economisch deskundigen in mededingingsrechtelijke procedures.

drs. Dirk van Sluis MBA MBI RV (penningmeester), 38 jaar, oprichter/directeur van Talanton Corporate Finance BV, studeerde bedrijfseconomie en econometrie en studeerde af als register valuator. Beëdigd als makelaar/taxateur in bedrijfsbelangen en gespecialiseerd in de begeleiding van fusies en overnames, waardebepaling en Forensic Valuation.

ir. Reinold D. van Bruggen, 38 jaar, directeur van Mitopics BV, een onafhankelijk IT adviesbureau, studeerde informatica en bedrijfskunde en is in 1995 beëdigd als makelaar in hard- en software. Specifieke aandachtspunten bij zijn werk zijn contracteren, contractmanagement en het optreden als mediator en deskundige bij geschillen over ICT.

prof. mr. Hans Nijboer, 52 jaar, hoogleraar bewijs en bewijsrecht aan de Universiteit Leiden (strafrecht), hoogleraar-directeur van het Seminarium voor bewijsrecht aan de Universiteit Leiden, raadsheer.bij het Hof Amsterdam en onder meer verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

mr. Sytze Wiersma, 55 jaar, als jurist verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en betrokken bij de scholing en training van de NFI-deskundigen, die onder meer in de oefenrechtbank, getraind worden om de rapporten ook ter zitting overtuigend te presenteren en conclusies zo te formuleren dat er geen begripsverwarring ontstaat over de (juridische) interpretatie daarvan.

terug naar inhoudsopgave


Opleiding en Register voor Gerechtelijke Deskundigen

Register
De SDR heeft besloten een register in te richten waarin - kort gezegd - deskundigen worden opgenomen waarop rechtsplegers in het civiele recht en het bestuursrecht met een gerust hart een beroep kunnen doen. Deze deskundigen zullen namelijk, om opgenomen te worden in het register, aan moeten tonen dat zij voldoen aan een aantal kwaliteitscriteria. Zij zullen niet alleen deskundig dienen te zijn op hun eigen terrein, maar moeten tevens een opleiding gevolgd hebben, die hen in staat stelt om effectief op te kunnen treden als deskundige in de rechtspleging. Elke individuele aanvraag tot registratie zal beoordeeld worden door een breed samengestelde commissie, op basis van heldere criteria. Deze commissie zal ook eisen formuleren met betrekking tot de te volgen deskundigenopleiding.

Opleidingen
Op de oproep in onze vorige nieuwsbrief kwam een reactie van de Vrij Universiteit, waar al enige tijd gewerkt wordt aan een opleiding voor medisch deskundigen in de interdisciplinaire werkgroep medische deskundigen (IWMD). De contacten hebben echter (nog) niet tot een concreet resultaat geleid, met name omdat de SDR uitgaat van een brede opleiding en de werkgroep van de VU zich concentreert op een specialistische opleiding per vakgebied.

Concreet voorstel van PAO Leiden
Juridisch PAO Leiden heeft inmiddels concrete plannen neergelegd voor een opleiding, zoals de SDR die voor ogen staat. Deze opleiding die 20 dagdelen omvat, zou medio september 2004 van start kunnen gaan en wordt dan in maart 2005 afgesloten met een examen. In beginsel hebben de Leidse hoogleraren Nijboer, Asser en Brenninkmeijer zich bereid verklaard om "de kar te trekken". Dat is een veelbelovende inzet, die borg staat voor een hoog wetenschappelijk niveau. Daaraan draagt ook bij dat er met kleine groepen gewerkt gaat worden van in beginsel slechts 15 cursisten.

Oproep
Wanneer u belangstelling heeft voor een opleiding tot Gerechtelijk Deskundige en voor inschrijving in het Register, dan kunt u dat kenbaar maken door het sturen van een e-mail aan info@deskundigenregister.nl. U krijgt dan per e-mail enkele vragen voorgelegd over uw vakgebied, uw vooropleiding etc. U wordt daarna op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. De SDR stelt uw reactie zeer op prijs. Die kan helpen om de benodigde opleidingscapaciteit enigszins in te kunnen schatten en geeft ook enig zicht op de spreiding van de vakgebieden. Uw belangstelling verplicht uiteraard tot niets. Maar als uw reactie op deze oproep binnen drie weken na verschijning van deze nieuwsbrief door ons ontvangen is en wanneer u de gestelde vragen daarna beantwoordt, dan zal de SDR u te zijner tijd een korting van € 25 geven op de kosten van inschrijving in het register. Daaraan is wel de voorwaarde verbonden dat u zich binnen 2 jaar na openstelling daarvan aanmeldt voor inschrijving in het Register.

Korting op de cursusprijs
Uw reactie op de hiervoor gedane oproep kan nog meer voordeel opleveren, want degenen die zich nu als belangstellenden voor de opleiding melden, krijgen enige tijd voordat de inschrijving voor de opleiding geopend wordt, persoonlijk bericht per e-mail. Dat is van belang omdat PAO-Leiden heeft toegezegd de eerste 15 aanmelders een korting van 10% op de cursusprijs te zullen geven.

Heeft u belangstelling voor de opleiding tot Geregistreerd Gerechtelijk Deskundige en/of inschrijving in het Deskundigenregister meldt u zich dan per e-mail op het adres info@deskundigenregister.nl

[1] Voor deskundigen in de strafrechtspleging is er een soortgelijk initiatief het Consilium voor Forensische Experts (CFE), voorheen Raad en Register voor Forensische Experts. Daarmee wordt uiteraard, waar mogelijk, samengewerkt.

terug naar inhoudsopgave


Literatuur
Een bijdrage van John Coster van Voorhout, voorzitter SDR

Er zijn twee interessante publicaties verschenen die van belang zijn voor de SDR belangstellenden, namelijk 'Op zoek naar de bron' en 'Causaliteit'.

Op zoek naar de bron 'Op zoek naar de bron' , (A.P.A. Broeders, Kluwer, ISBN 9013009646) 'over de grondslagen van de criminalistiek en de waardering van het forensisch bewijs' is het proefschrift van Ton Broeders (zie ook het voorwoord). Een opus magnum van 480 pagina's, het register , de samenvatting en het resumé niet meegerekend!

De flaptekst Een lid van het OM kwalificeert een haar waarvan het DNA-profiel overeenkomt met dat van de verdachte als 'keihard daderspoor'. Een rechtbank veroordeelt een politievrouw voor meineed, omdat ze volhoudt niet op een plaats delict te zijn geweest waar haar vingerafdruk zou zijn gevonden. Zowel de vingerafdruk als het DNA-profiel zijn zeer krachtige forensische identificatiemiddelen. Toch werd het gewicht ervan in heide gevallen veel te hoog ingeschat. Deze voorbeelden illustreren de problematiek die het onderwerp vormt van Op zoek naar de bron en - in meer algemene zin - van de criminalistiek of de forensische wetenschap: de waardering van het forensisch bewijs. Ook in de Nederlandse rechtspraak speelt deskundigenbewijs een steeds belangrijker rol, niet alleen hij de oordeelsvorming door de feitenrechter, zoals blijkt uit de zaak Lucy de B., de moorden op bejaarde vrouwen in Sint-Philipsland en Emmen en de Leidse balpenzaak, maar ook bij de behandeling van verzoeken tot cassatie of herziening door de Hoge Raad, zoals in de Puttense moordzaak en de Deventer moordzaak. Daarnaast worden door de inzet van geavanceerde forensische technieken steeds meer oude en koude strafzaken opgelost, zoals de Zaanse paskamermoord uit 1984. In dit boek worden de grondslagen van de traditionele criminalistiek verkend, wordt onderzocht waarop de klassieke forensische identificatiecriminalistiek haar verregaande aanspraken ten aanzien van de mogelijkheden tot absolute en unieke herkomstbepaling van vingersporen, handschrift of kogels baseert en hoe de bewijskracht daarvan zich verhoudt tot die van de jongste vorm van forensisch identificatieonderzoek, de DNA-profilering. Ook is er ruime aandacht voor de vaak delicate verhouding tussen de gerechtelijk deskundige en de jurist. Op zoek naar de bron richt zich op (strafrecht)juristen, forensisch onderzoekers, technisch en tactisch rechercheurs en voorts op allen die zich betrokken voelen bij de waarheidsvinding in het kader van de (straf)rechtspleging.

Dit proefschrift wordt uitgegeven in het kader van het onderzoeksprogramma 'Geschillenbeslechting' van het E.M. Meijers Instituut. Een van de interfacultaire projecten binnen dat programma is 'De rol en invloed van de niet-juridische deskundige'.

Causaliteit Het boek Causaliteit (mr. A. Hammerstein, prof. mr. A.J. Akkermans, prof. dr. M.G. Faure, prof. mr. W.H. van Boom, SDU uitgevers, ISBN 9059031768) bevat de tekst van het 14de LSA-symposion, gehouden op 31 januari 2003 te Scheveningen. De uitgave gaat in op een van de pijlers waarop aansprakelijkheid rust: het causale verband tussen de schadeveroorzakende gebeurtenis en de schade zelf. Sinds enkele jaren wordt in de rechtspraak wel het alternatief van de proportionele aansprakelijkheid gehanteerd. Deze 'tussenoplossing' roept echter ook allerlei vragen op. In dit boek vindt u antwoorden op deze vragen. De auteurs gaan ook in op de laatste ontwikkelingen rond het onderwerp causaliteit in dit nieuwe deel in de Letselschadereeks.

Juridische causaliteit behelst meer dan het natuurwetenschappelijke 'conditio sine qua non' Op pagina 1 stelt Hammerstein: "Causaliteit is een leerstuk dat dient tot afbakening van aansprakelijkheid voor schade en vaststelling van de omvang van de schade waarvoor aansprakelijkheid bestaat" In dit citaat gaat het nadrukkelijk om de juridische causaliteit. Die vorm van causaliteit is stellig normatief bepaald. Het gaat namelijk niet louter om een oorzaak-gevolg relatie, maar om wat een dader 'naar redelijkheid aan schade behoort te worden toegerekend', eventueel zelfs zonder dat een reële causaliteitsbodem wordt gelegd. Dus zelfs in die gevallen waar niet sprake is van een causale relatie kan het zo zijn dat het recht de dader het schadefeit ten behoeve van de benadeelde(n) toerekent. Je zou dus kunnen zeggen dat juridische causaliteit 'meer omhelst dan de natuurwetenschappelijke causaliteit'.

Mijn stelling is: de rechter hanteert een zodanig ruime vorm van causaliteitsbegrip dat daarmee alleen al de bestaande 'methodische' (epistemische) kloof tussen deze en de forensisch deskundige onoverbrugbaar blijkt te zijn.

Oproep: Wie vindt zich (niet) in deze stelling en wil daarop reageren?

Omdat ik causaliteit zo'n boeiend fenomeen (mysteriaans?) vindt - alhoewel de Engelse filosoof Bertrand Russell meende dat dit begrip moest worden afgeschaft, immers het zou niets toevoegen aan het weten/de kennis, zocht ik hetzelve ook in het proefschrift van dr. Broeders. Zie ik het goed dan wordt door deze het begrip causaliteit slechts ter zijde aangehaald (p.168) en dan alleen nog in verband met een waarschuwing tegen inductieve redeneringswijzen. De jurist heeft echter de (begrijpelijke) neiging om toch in ieder geval voetstoots van het vereiste van de conditio sine qua non (csqn) in de oorzaak-gevolg relatie binnen die voor hem vreemde wetenschap uit te gaan.

Voorbeelden. (De deskundige reikt het volgende aan csqn aan) Dat de werknemer een val van 'vier hoog' heeft gemaakt waardoor hij zijn been heeft gebroken, is te wijten aan de slechte conditie van en onderhoud aan het materieel (de ladder brak in tweeën) van de werkgever, waarmee de werknemer heeft moeten werken. Dat het slachtoffer de dood vond, is veroorzaakt door de vier schoten die hem in de hartstreek hebben geraakt. Dat het licht telkens uit- en aangaat, komt door het beroeren van de lichtknop.

terug naar inhoudsopgave


Opleiding bij het Nederlands Forensisch Instituut 
Een bijdrage van Lydia Bestebreur, Opleidingscoordinator NFI

De kwaliteit van de expertise van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is afhankelijk van de deskundigheid van de NFI-medewerkers. Daarom wordt er binnen dit instituut veel energie tijd en geld geïnvesteerd in het inwerken en opleiden van medewerkers.

Nieuwe medewerkers 
Nieuwe medewerkers worden ingewerkt aan de hand van een inwerkplan. Een inwerkplan bestaat in grote lijnen uit het kennismaken met de organisatie en haar werkwijzen en het verkrijgen van kennis en vaardigheden behorend bij het betreffende vakgebied. De benodigde kennis en vaardigheden worden verkregen middels literatuur studie, on the job trainingen, externe opleidingen, seminars en congressen en stages in binnen- en buitenland. Afhankelijk van de functie en de vooropleiding van de medewerker varieert de inwerktijd van een half jaar tot vier jaar.

Permanente educatie 
Na het inwerken van een medewerker wordt de kennis actueel gehouden en verder uitgebouw door permanente educatie. Afspraken over te volgen opleidingen, symposia, congressen of het afleggen van buitenlandse bezoeken worden gemaakt tijdens de jaarlijkse functioneringsgesprekken.

NFI-deskundige opleiding
Voor de medewerkers die eindverantwoordelijk zijn voor een zaakonderzoek, het opstellen van deskundige rapportages en het optreden als vast gerechtelijk deskundige ter zitting - de zogenaamde NFI-deskundigen - is een separaat opleidingsprogramma. Dit valt uiteen in een algemeen deel en een vakinhoudelijk deel.

Het algemeen deel is voor alle NFI deskundigen gelijk. Dit deel bestaat onder andere uit kennismaken met justitie en politie, cursussen op het gebied van recht, statistiek, criminalistiek, rapporteren, kwaliteit- en milieuzorg en een rechtbanktraining. Diverse onderdelen uit het algemeen deel worden afgesloten met een tentamen. Het vakinhoudelijk deel is afgestemd op het betreffende deskundigheidsgebied. Het bestaat, naast de elementen zoals genoemd bij het inwerkplan, uit het opdoen van kennis en ervaring met het uitvoeren en rapporteren van forensisch onderzoek, het zogenaamde zaakonderzoek.

De NFI-deskundige opleiding wordt afgesloten met een examen. Na het halen van dit examen wordt de deskundige tekenbevoegd voor het betreffende tekenbevoegdheidsgebied en wordt de beëdiging tot vast gerechtelijk deskundige aangevraagd bij het ressort parket Den Haag.

[1] De opleidingscoördinator is verantwoordelijk voor het opleidingsbeleid en het interne opleidingsprogramma.

terug naar inhoudsopgave


'Causaliteit, medisch traject en deskundigenbericht' 
Een bijdrage van Erik-Jan Zippro

Het Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade heeft onlangs een speciaal nummer uitgebracht met als thema 'Causaliteit, medisch traject en deskundigenbericht'. In dit themanummer zijn bijdragen verschenen van A.J. Akkermans, A.J. Van, M.H. Elferink, J.M. van de Laar, I.N. Tzankova en J.L. Smeehuijzen. Onderstaand een korte samenvatting van de bijdragen die in het themanummer zijn verschenen.

Causaliteit bij letselschade en medische expertise Prof.mr. A.J. Akkermans De bijdrage van Akkermans handelt over de hoofdlijnen van de juridische causaliteit bij letselschade, met name over het leerstuk van de predispositie. Hij gaat nader in op de vertaalslag naar de medisch adviseur en de medische expertise. Nadat hij enige aandacht besteedt aan de onderschatte consequenties van het bestaan van verschillende juridische causaliteitscriteria recapituleert hij het leerstuk van de predispositie en introduceert hij een schema als hulpmiddel voor de communicatie tussen de juridische en medische disciplines. Vervolgens bespreekt hij de invloed van een predispositie op de situatie met ongeval. Hij gaat daarbij met name in op de beperkte betekenis van de schadebeperkingsplicht van een benadeelde met psychische predispositie. De invloed van een predispositie op de hypothetische situatie zonder ongeval wordt vervolgens besproken. De problematiek van de afweging van goede en kwade kansen wordt daarbij betrokken en er wordt ingegaan op moeilijke kwesties als bewijslastverdeling en bewijswaardering. Akkermans sluit af met een bespreking van de vraag of psychische predisposities anders moeten worden behandeld dan lichamelijke en tot slot signaleert hij nog enkele problemen bij de fact finding met betrekking tot predisposities.

Vraag het aan de deskundige! Maar hoe? Mr. A.J. Van De bijdrage van Van handelt over de uiteenlopende wijzen waarop in de verschillende vraagstellingen de causaliteitsvraag is geformuleerd. Hij heeft geïnventariseerd wat er binnen de letselschadepraktijk zoal aan vraagstellingen circuleert. De verschillen bleken enorm. De gevonden vraagstellingen zijn voorgelegd aan de Interdisciplinaire Werkgroep Medische Deskundigen (IWMD), om te achterhalen welke argumenten schuilgaan achter genoemde verschillen. De Werkgroep is samengesteld uit medici en juristen uit de hoek van slachtoffers en verzekeraars, 'maar ook van meer 'neutraal' te achten huize', aldus Van. Uit het onderzoek blijkt dat het niet eenvoudig is de causaliteitsvraag zo te formuleren dat die in alle gevallen een antwoord oplevert waarmee men in de praktijk uit de voeten kan. Het artikel vormt op veel punten een weergave van de stand van zaken in een discussie die volgens Van nog lang niet is afgerond.

Inzage in de patiëntenkaart Mw. Mr. M.H. Elferink Er zijn gevallen waarin de aansprakelijke partij verdergaande inzage wenst in medische gegevens van het slachtoffer dan deze in het kader van de beoordeling van de schadevergoedingsvordering redelijk acht. Het recht op privacy van het slachtoffer (Art. 10 Gw; art. 8 EVRM) botst hier met het recht op een eerlijk proces in het kader van het equality of arms beginsel van de aansprakelijke partij zoals neergelegd in artikel 6 EVRM. De rechter moet in deze situatie een belangenafweging maken. In hoeverre mag de aansprakelijke partij in een letselschadeprocedure van een slachtoffer verlangen dat hij of zij de gehele patiëntenkaart overlegt? Zo ja, in welke gevallen en aan wie? Welke gezichtspunten spelen daarbij een rol en voor welke oplossing kiest de rechter? Dat zijn de vragen die in de bijdrage van Elferink worden behandeld.

Opleiding en registratie van medisch deskundigen, een breed gedragen initiatief Mw. Mr. J.M. van de Laar Het vinden van de juiste medisch deskundigen is een probleem dat in de letselschadepraktijk reeds jaren speelt. In de praktijk van de medische aansprakelijkheid is dat probleem waarschijnlijk nog groter. In de korte bijdrage van Van de Laar wordt 'the making of' beschreven van een instituut dat een opleiding en de registratie met een kwaliteitscontrole voor en van medisch deskundigen gaat verzorgen. De werktitel van het nog op te richten instituut luidt ORMED (Opleiding en registratie medische deskundigen).

Een 'academy of experts': nodig of overbodig? Mw. Mr. I.N. Tzankova In Nederland ontbreekt tot nu toe een centraal en voor eenieder toegankelijk register van deskundigen, waar men op basis van objectieve criteria zijn keuze zou kunnen maken. De inschakeling van een medisch deskundige gaat gepaard met veel discussie tussen het slachtoffer en de schadebehandelaar over tal van facetten, waarbij kan worden gedacht aan de keuze van de medisch specialist, de formulering van de vraagstelling, de interpretatie of de uitleg van het uiteindelijk uitgebrachte rapport etc. Voorstellen van de wederpartij worden wantrouwend bekeken en vaak afgewezen op grond van het enkele feit dat het afkomstig is van de wederpartij. Dit leidt tot onnodige polarisatie van de verhouding tussen slachtoffer en schadebehandelaar. Tzankova bespreekt in haar bijdrage hoe een dergelijke praktijk gecorrigeerd zou kunnen worden en welke ervaringen met de 'Academy of Experts' zoals die bestaat in het Verenigd Koninkrijk daarbij behulpzaam zouden kunnen zijn. Zij pleit er voor de mogelijkheden te onderzoeken de 'Academy of Experts' een Nederlandse uitbreiding te geven. Een onafhankelijke overkoepelende organisatie in Nederland naar voorbeeld van de vergelijkbare organisatie in het Verenigd Koninkrijk.

Wie is de deskundige eigenlijk? Pleidooi voor een 'disclosure statement' Mr. J.L. Smeehuijzen Het is in de Nederlandse (letselschade)praktijk ongebruikelijk dat een (medisch) deskundige in zijn rapportage over zichzelf meer dan oppervlakkige informatie verschaft. Het is vaak niet duidelijk welke opleiding hij genoten heeft, wat zijn professionele ervaring is, wie zijn werkgever is, hoe vaak hij eerder een deskundigenbericht heeft uitgebracht, wat zijn medisch-wetenschappelijke opvatting is over het letsel in kwestie etc. Smeehuijzen pleit in zijn bijdrage voor een disclosure statement. In het Verenigd Koninkrijk is het reeds regel dat expertiserapporten worden voorafgegaan door een disclosure statement. Smeehuijzen beziet in hoeverre het Engelse voorbeeld in Nederland naleving verdient.

[1] Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade 2003, nr. 4:

terug naar inhoudsopgave


Oproep aan de lezers

De redactie stelt er prijs op om bijdragen aan deze nieuwsbrief te ontvangen. Dat kunnen artikelen zijn, of commentaren op eerder geplaatste artikelen. Ook aankondigingen en nieuws dat van belang is voor onze lezers is welkom. U kunt uw bijdrage per e-mail sturen naar nieuwsbrief@sdrnet.nl of naar Postbus 514, 2800 AM Gouda .

  
SDR  |  Nieuwsbrief  |  Informatief
Copyright 2008  |  Gebruiksvoorwaarden