Inhoudsopgave
Bericht van de voorzitter
De veranderende paradigma's in feitenonderzoek en bewijs binnen de context van het strafproces (1) - een detail over de herziening en de Hoge Raad der Nederlanden
Op 16 januari 2006 vond een studiedag plaats van het Studiecentrum Kerckebosch in samenwerking met het Seminarium voor Bewijsrecht van de Universiteit Leiden, het Nederlands Forensisch Instituut en onze Stichting tevens Studiekring Deskundigen en Rechtspleging (SDR). Het onderwerp was getuige-deskundigen en deskundigen over getuigen. De bijeenkomst was te Amersfoort en het aantal deelnemers lag ruim boven de honderd. Opvallend was dat, net als bij het laatste SDR symposium in Leiden op 17 november 2005 in Leiden, er nogal wat rechters uit diverse arrondissementen (rechtbanken) en ressorts (hoven) acte de présence gaven. Beter laat dan nooit begint in deze beroepsgroep (de zittende magistratuur) de onrust te ontstaan over de vraag of men zelf wel zo goed uit de voeten kan met allerlei vormen van forensische expertise.
De bijeenkomst werd - voor de meeste deelnemers ongemerkt - wel verstoord door de ook in de pers aangekondigde intimiderende aanwezigheid van de vader van Maikel (het overlevende slachtoffer in de intussen wel erg bekende Schiedamse zaak): vader voert een omvangrijke publicitaire kruistocht tegen de deskundige Prof. Dr. Ruud Bullens, een van de inleiders op die dag, om zijn excuus te krijgen voor overigens niet nauw vastgelegde gedragingen. Dit geschiedt op een manier die ellendige sporen nalaat, niet alleen bij de deskundige, zijn werkveld, de professionele betrokkenen maar, - naar ik vrees - ook bij de misbruikte zoon. Ik heb overigens begrepen dat in het werkveld sprake is van een mobilisatie van collega's van Ruud, die expliciet en onderbouwd willen aangeven dat hij wel degelijk professioneel correct heeft gehandeld. Kijk, ik snap best iets van ouderlijke gevoelens en van solidariteit met je kind, maar dit is niet goed: men kan het grootste gelijk van de wereld hebben en er toch niet goed mee omgaan.
Dit brengt mij op een volgend punt: het bestuur van de SDR, dan wel de bestuursleden, krijgt (krijgen) bij tijd en wijle veel post van personen, die bij het Openbaar Ministerie of het Departement van Justitie al gauw "querulanten" heten. Als bestuur en als bestuursleden kunnen wij daar weinig mee. Dat is geen onwil, maar wij zijn doorgaans niet in de positie om zaken correct te kunnen beoordelen. Nog wat verder doordenkend rijst dan de - na de Schiedamse zaak - opgekomen kwestie van de procedure inzake de herziening in strafzaken van in kracht van gewijsde gekomen rechterlijke uitspraken, bijvoorbeeld bij voortgeschreden inzicht in de forensische expertise.
De Puttense en Schiedamse zaak - de Deventer laat ik maar even daar - laten eigenlijk zien dat de procedure TOT herziening in strafzaken (dat is niet de procedure IN herziening) bij de Hoge Raad der Nederlanden - met alle respect voor dat college - niet op zijn plaats is. De strafkamer van ons cassatiegerecht is gericht op juridische kwesties, niet op feitelijke. De professionele attitude van de raadsheren en hun medewerkers loopt daarmee in de pas. Dat is helemaal niet erg, maar het laat zo weinig kans om "de feiten" te laten spreken. Net zoals vrije waardering van het beschikbare bewijsmateriaal geen discretionaire bevoegdheid is, zo wordt het zicht in de procedure TOT herziening al te spoedig beperkt tot het nalopen van de (wettelijke) gronden: in de meeste gevallen ben je vlug klaar.
Buitengewone rechtsmiddelen, zoals de herziening in strafzaken, raken het gerechtelijk systeem tot op het bot. Enerzijds is er de legitimiteit en daarmee het gezag en de onherroepelijkheid van de terechte uitspraak (doorgaans veroordeling; maar in Engeland gaan ook de geluiden richting onterechte vrijspraak), anderzijds het bewustzijn dat ook de laatste rechter gefaald kan hebben.
Nu leven wij gelukkig niet in een land met de doodstraf, maar baart de publieke politieke bemoeienis met de concrete strafrechtspleging soms wel zorgen: aan de ene kant is er te weinig capaciteit (vanwege het door de politiek beschikbaar gestelde budget), aan de andere kant schrikt men van (mogelijke) fouten. Het is een goed ding dat het Openbaar Ministerie nu een commissie instelt om naar dubieuze zaken te kijken. Maar een en een is nog niet twee. Ik denk dat de procedure tot herziening van strafrechtelijke vonnissen en arresten beter in handen gelegd kan worden van een gespecialiseerde kamer bij een Hof, naar het model van de Arnhemse penitentiaire kamer, met een wisselende pool van niet-juridische forensische deskundigen als bijzitters.
Daar wordt de Hoge Raad niets mee tekort gedaan: die heeft gewoon een andere functie in ons rechtsbestel.
Leiden, februari 2006,
Prof. Dr. J.F. Nijboer
Eerste voorzitter SDR
Hoogleraar Universiteit Leiden
Raadsheer Gerechtshof Amsterdam
terug naar inhoudsopgave
Agenda
SDR Studieavond
29 maart 2006
De positie van de deskundige en de rol van de rechter
De deskundige kan zijn onderzoek zelfstandig verrichten of onder leiding van de rechter. Indien de deskundige onder leiding van een rechter-commissaris zijn onderzoek verricht, dient de deskundige enige kennis te hebben van: 1) het procesrecht, 2) de rol van de rechter-commissaris, 3) de positie van de advocaat, 4) conflictgedrag, 5) interventie technieken bij conflictgedrag, 6) het formuleren van het plan van aanpak, 7) fair-trial beginsel, 8) de wijze van rapportage.
De inleiders van deze studieavond zijn: Mr. P.M. Verbeek, raadsheer in het gerechtshof 's-Gravenhage Mr. A.N. Labohm, raadsheer in het gerechtshof 's-Gravenhage en R. Kooger RA. FM, registeraccountant en forensisch mediator te Rosmalen
Op deze studieavond komt onder meer aan de orde:
- De opbouw van de beschikking, het vonnis of arrest;
- Het formuleren van de vragen voor de deskundige, ter zitting van de rechter-commissaris in aanwezigheid van partijen en de deskundige;
- Het opstellen van een plan van aanpak;
- De rol van de rechter-commissaris;
- De rol van de deskundige;
- De rol van de advocaat;
- De werkwijze en rapportering van de deskundige;
- Voor welke praktische problemen kan de deskundige komen te staan?
- Procesbewaking.
Het gerechtshof 's-Gravenhage heeft een aantal arresten en beschikkingen gewezen volgens welke de deskundige onder leiding van een rechter-commissaris zijn onderzoek verricht (zie o.a. gerechtshof 's-Gravenhage 13 oktober 2004 LJN:AR3657).
Literatuur:
- A.N. Labohm en A.J. Dusamos, De raadsheer-commissaris in het familierecht, EB, 2005, afl. 1;
- R. Kooger, De financieel deskundige in het familierecht, EB, 2005, afl. 4;
- P. van der Zanden, Accountant als deskundige, De Accountant, februari 2005;
- Gerechtshof ’s-Gravenhage 13 oktober 2004 LJN:AR3657;
- Gerechtshof ‘s-Gravenhage 4 augustus 2004 LJN:AQ6572.
Voor de deelnemers zijn op de studieavond kopieën van de artikelen beschikbaar. De arresten kunnen worden geraadpleegd via de link.
Organisatie: Stichting Deskundigen en Rechtspleging (SDR)
Datum: woensdag 29 maart 2006
Plaats: KOG, Steenschuur 25, 2311 ES Leiden (zaalnummer op het mededelingenscherm bij de ingang)
Tijdstip: 19:00 tot (ca.) 21:00 uur
Aanmelden: per e-mail naar info@sdrnet.nl
Kosten: € 20,00 per persoon bij aanmelding over te maken op de bankrekening van de SDR nummer 59 50 14 860 ten name van SDR Den Haag, met vermelding van “woensdag 29 maart 2006” en de naam/namen van de deelnemer(s).
Routebeschrijving naar het KOG-gebouw
terug naar inhoudsopgave
SDR-Symposium
16 november 2006
De datum is bekend. Over het thema wordt nog beraadslaagd. Zodra er meer nieuws is, wordt dit op de website gemeld en ontvangen degenen die zich hebben aangemeld als abonnee op de SDR-nieuwsbrief per e-mail nader bericht.
terug naar inhoudsopgave
Aansprakelijkheidsbeperking deskundige
Kan een deskundige die door de rechter wordt benoemd zijn aansprakelijkheid beperken? Deze vraag was onderwerp van een onderzoek dat in 2004 in opdracht van de Raad voor de rechtspraak is verricht door mw.mr.drs. G. de Groot. Klik hier voor een verslag van het onderzoek in het periodiek Rechtsreeks of hier voor het onderzoeksrapport.
De conclusie van het onderzoek is, kort gezegd, dat in beginsel aan de aanvaarding van de benoeming aansprakelijkheidsbeperkende voorwaarden kunnen worden verbonden, tenzij er grond is voor een uitzondering. Afgesloten werd met enkele aanbevelingen voor de rechtspraktijk.
In het Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie WPNR (05/6629 p. 579-586) heeft mr.drs. R.M. Hermans hierop gereageerd. Hij acht de voorgestelde oplossing principieel onjuist en betoogt aan de hand van de praktijk bij de Ondernemingskamer, dat het probleem er niet door wordt opgelost. Volgens mr. Hermans behoort in alle gevallen de Staat aansprakelijk te zijn voor schade als gevolg van eventuele fouten van deskundigen.
Mr. De Groot heeft in WPNR op het artikel van mr. Hermans gereageerd (06/6650 p. 41-42). Zij wijst erop dat de positie van onderzoekers in het enquêterecht buiten het onderzoek is gehouden en zet uiteen waarom de voorgestelde oplossing in het doorsnee civielrechtelijke deskundigenonderzoek wel tegemoet kan komen aan praktijkproblemen rond de aansprakelijkheidsbeperking van deskundigen. Aansprakelijkheid van de Staat ligt volgens haar niet voor de hand. Op de reactie volgt een naschrift van mr. Hermans (06/6650 p. 43-44).
terug naar inhoudsopgave
Opmerkelijk vonnis
"De rechtbank neemt de conclusies van het deskundigenbericht en de gronden waarop deze rusten hier over en maakt deze tot de hare." Die overweging, in het vonnis dat gewezen wordt na het deskundigenbericht, is voor de deskundige de bevestiging, dat hij zijn werk kennelijk goed gedaan heeft. Gewoonlijk vindt hij vervolgens in de einduitspraak één op één zijn conclusies terug. Toch hoeft dat niet altijd het geval te zijn, zoals een recent vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch ons leert. De rechtbank nam namelijk wel de conclusies van de deskundige over, maar besliste vervolgens toch anders. Het ging om een waarderingskwestie.
De deskundige taxeerde in deze zaak de waarde op nihil, maar las tot zijn verrassing in het vonnis dat de rechtbank, zijn conclusies over nemend en tot de hare makend, op een bedrag uitkomt van EUR 24.957,91. De rechtbank legt in r.o. 2.7 uit hoe ze daartoe komt:
"De rechtbank stelt voorop dat artikel 6:272 lid 2 BW de maatstaf formuleert voor de waarde die in onderhavige zaak berekend dient te worden. Nu het doel, (...) niet is gehaald, betreft het immers een prestatie die niet aan de verbintenis beantwoordt. De waardevergoeding wordt gezien artikel 6:272 lid 2 BW beperkt tot het bedrag van de waarde die de prestatie voor [Eiser] op 20 september 2001 werkelijk heeft gehad. Bij tussenvonnis van 21 juli 2004 is reeds bepaald dat deze waarde minimaal op EUR 24.957,91 moet worden gesteld (vergelijk r.o. 8.3). Voornoemde werkelijke waarde komt naar het oordeel van de rechtbank in het deskundigenbericht het best tot uiting bij de waardering op basis van marktwaarde. Bij bepaling van de marktwaarde neemt de deskundige de mate van overdraagbaarheid van het product als uitgangspunt. Dat is volgens de rechtbank de juiste maatstaf bij de vraag of het door [Gedaagde] geleverde product in de de staat waarin het zich op 20 september 2001 bevond, voor [Eiser] meer waarde heeft dan de reeds vastgestelde EUR 24.957,91. De deskundige constateert vervolgens dat er geen technische documentatie voorhanden is waardoor de ontwikkeling en het onderhoud van [Product] niet overdraagbaar is. Dat betekent dat een (vaktechnisch kundige) derde noch [Eiser] iets kan aanvangen met het product zoals door [Gedaagde] is ontwikkeld. Dat brengt de rechtbank tot het oordeel dat de waarde van de werkzaamheden van Van Mierlo niet meer omvat dan het bedrag van EUR 24.957,91."
Die uitleg vereist, zeker voor deskundigen, een nadere uitleg. Want hoe kon de rechter, zonder een deskundige te raadplegen, bepalen dat de waarde minimaal EUR 24.957,91 is? En waarom kwam de rechter niet op die kennelijk verkeerde inschatting terug, toen bleek, dat de werkelijke waarde volgens de deskundige nihil is? En hoe is te verklaren dat de conclusie van de deskundige - waarde nihil - wordt overgenomen en de door de deskundige gehanteerde maatstaf als juist wordt beoordeeld, terwijl er een waarde wordt oegekend van bijna 25 mille?
Mr. T.J. (Tycho) de Graaf heeft zich bereid verklaard om in de volgend editie van de SDR-nieuwsbrief zijn licht te laten schijnen over dit vonnis. Wordt vervolgd dus.
terug naar inhoudsopgave
Post Academische Opleiding Gerechtelijk Deskundige
In het onlangs verschenen programma van Juridisch PAO Leiden is wederom de opleiding voor gerechtelijke deskundigen opgenomen. De volgende cursus start op 13 september 2006 en loopt tot maart 2007. Nadere informatie vindt u op de website van PAO Leiden.
terug naar inhoudsopgave
Oproep van de redactie
Wanneer u wilt reageren op de in de nieuwsbrief opgenomen informatie, of wanneer u daaraan zelf een bijdrage wilt leveren, wordt dat zeer op prijs gesteld. Ook ingeval u specifieke onderwerpen besproken zou willen zien in de nieuwsbrief, zien wij uw suggesties graag tegemoet in een e-mail aan nieuwsbrief@sdrnet.nl.
Redactie SDR-Nieuwsbrief
Ben Slijk
Inhoudsopgave
Bericht van de voorzitter
De veranderende paradigma's in feitenonderzoek en bewijs binnen de context van het strafproces (1) - een detail over de herziening en de Hoge Raad der Nederlanden
Op 16 januari 2006 vond een studiedag plaats van het Studiecentrum Kerckebosch in samenwerking met het Seminarium voor Bewijsrecht van de Universiteit Leiden, het Nederlands Forensisch Instituut en onze Stichting tevens Studiekring Deskundigen en Rechtspleging (SDR). Het onderwerp was getuige-deskundigen en deskundigen over getuigen. De bijeenkomst was te Amersfoort en het aantal deelnemers lag ruim boven de honderd. Opvallend was dat, net als bij het laatste SDR symposium in Leiden op 17 november 2005 in Leiden, er nogal wat rechters uit diverse arrondissementen (rechtbanken) en ressorts (hoven) acte de présence gaven. Beter laat dan nooit begint in deze beroepsgroep (de zittende magistratuur) de onrust te ontstaan over de vraag of men zelf wel zo goed uit de voeten kan met allerlei vormen van forensische expertise.
De bijeenkomst werd - voor de meeste deelnemers ongemerkt - wel verstoord door de ook in de pers aangekondigde intimiderende aanwezigheid van de vader van Maikel (het overlevende slachtoffer in de intussen wel erg bekende Schiedamse zaak): vader voert een omvangrijke publicitaire kruistocht tegen de deskundige Prof. Dr. Ruud Bullens, een van de inleiders op die dag, om zijn excuus te krijgen voor overigens niet nauw vastgelegde gedragingen. Dit geschiedt op een manier die ellendige sporen nalaat, niet alleen bij de deskundige, zijn werkveld, de professionele betrokkenen maar, - naar ik vrees - ook bij de misbruikte zoon. Ik heb overigens begrepen dat in het werkveld sprake is van een mobilisatie van collega's van Ruud, die expliciet en onderbouwd willen aangeven dat hij wel degelijk professioneel correct heeft gehandeld. Kijk, ik snap best iets van ouderlijke gevoelens en van solidariteit met je kind, maar dit is niet goed: men kan het grootste gelijk van de wereld hebben en er toch niet goed mee omgaan.
Dit brengt mij op een volgend punt: het bestuur van de SDR, dan wel de bestuursleden, krijgt (krijgen) bij tijd en wijle veel post van personen, die bij het Openbaar Ministerie of het Departement van Justitie al gauw "querulanten" heten. Als bestuur en als bestuursleden kunnen wij daar weinig mee. Dat is geen onwil, maar wij zijn doorgaans niet in de positie om zaken correct te kunnen beoordelen. Nog wat verder doordenkend rijst dan de - na de Schiedamse zaak - opgekomen kwestie van de procedure inzake de herziening in strafzaken van in kracht van gewijsde gekomen rechterlijke uitspraken, bijvoorbeeld bij voortgeschreden inzicht in de forensische expertise.
De Puttense en Schiedamse zaak - de Deventer laat ik maar even daar - laten eigenlijk zien dat de procedure TOT herziening in strafzaken (dat is niet de procedure IN herziening) bij de Hoge Raad der Nederlanden - met alle respect voor dat college - niet op zijn plaats is. De strafkamer van ons cassatiegerecht is gericht op juridische kwesties, niet op feitelijke. De professionele attitude van de raadsheren en hun medewerkers loopt daarmee in de pas. Dat is helemaal niet erg, maar het laat zo weinig kans om "de feiten" te laten spreken. Net zoals vrije waardering van het beschikbare bewijsmateriaal geen discretionaire bevoegdheid is, zo wordt het zicht in de procedure TOT herziening al te spoedig beperkt tot het nalopen van de (wettelijke) gronden: in de meeste gevallen ben je vlug klaar.
Buitengewone rechtsmiddelen, zoals de herziening in strafzaken, raken het gerechtelijk systeem tot op het bot. Enerzijds is er de legitimiteit en daarmee het gezag en de onherroepelijkheid van de terechte uitspraak (doorgaans veroordeling; maar in Engeland gaan ook de geluiden richting onterechte vrijspraak), anderzijds het bewustzijn dat ook de laatste rechter gefaald kan hebben.
Nu leven wij gelukkig niet in een land met de doodstraf, maar baart de publieke politieke bemoeienis met de concrete strafrechtspleging soms wel zorgen: aan de ene kant is er te weinig capaciteit (vanwege het door de politiek beschikbaar gestelde budget), aan de andere kant schrikt men van (mogelijke) fouten. Het is een goed ding dat het Openbaar Ministerie nu een commissie instelt om naar dubieuze zaken te kijken. Maar een en een is nog niet twee. Ik denk dat de procedure tot herziening van strafrechtelijke vonnissen en arresten beter in handen gelegd kan worden van een gespecialiseerde kamer bij een Hof, naar het model van de Arnhemse penitentiaire kamer, met een wisselende pool van niet-juridische forensische deskundigen als bijzitters.
Daar wordt de Hoge Raad niets mee tekort gedaan: die heeft gewoon een andere functie in ons rechtsbestel.
Leiden, februari 2006,
Prof. Dr. J.F. Nijboer
Eerste voorzitter SDR
Hoogleraar Universiteit Leiden
Raadsheer Gerechtshof Amsterdam
terug naar inhoudsopgave
Agenda
SDR Studieavond
29 maart 2006
De positie van de deskundige en de rol van de rechter
De deskundige kan zijn onderzoek zelfstandig verrichten of onder leiding van de rechter. Indien de deskundige onder leiding van een rechter-commissaris zijn onderzoek verricht, dient de deskundige enige kennis te hebben van: 1) het procesrecht, 2) de rol van de rechter-commissaris, 3) de positie van de advocaat, 4) conflictgedrag, 5) interventie technieken bij conflictgedrag, 6) het formuleren van het plan van aanpak, 7) fair-trial beginsel, 8) de wijze van rapportage.
De inleiders van deze studieavond zijn: Mr. P.M. Verbeek, raadsheer in het gerechtshof 's-Gravenhage Mr. A.N. Labohm, raadsheer in het gerechtshof 's-Gravenhage en R. Kooger RA. FM, registeraccountant en forensisch mediator te Rosmalen
Op deze studieavond komt onder meer aan de orde:
- De opbouw van de beschikking, het vonnis of arrest;
- Het formuleren van de vragen voor de deskundige, ter zitting van de rechter-commissaris in aanwezigheid van partijen en de deskundige;
- Het opstellen van een plan van aanpak;
- De rol van de rechter-commissaris;
- De rol van de deskundige;
- De rol van de advocaat;
- De werkwijze en rapportering van de deskundige;
- Voor welke praktische problemen kan de deskundige komen te staan?
- Procesbewaking.
Het gerechtshof 's-Gravenhage heeft een aantal arresten en beschikkingen gewezen volgens welke de deskundige onder leiding van een rechter-commissaris zijn onderzoek verricht (zie o.a. gerechtshof 's-Gravenhage 13 oktober 2004 LJN:AR3657).
Literatuur:
- A.N. Labohm en A.J. Dusamos, De raadsheer-commissaris in het familierecht, EB, 2005, afl. 1;
- R. Kooger, De financieel deskundige in het familierecht, EB, 2005, afl. 4;
- P. van der Zanden, Accountant als deskundige, De Accountant, februari 2005;
- Gerechtshof ’s-Gravenhage 13 oktober 2004 LJN:AR3657;
- Gerechtshof ‘s-Gravenhage 4 augustus 2004 LJN:AQ6572.
Voor de deelnemers zijn op de studieavond kopieën van de artikelen beschikbaar. De arresten kunnen worden geraadpleegd via de link.
Organisatie: Stichting Deskundigen en Rechtspleging (SDR)
Datum: woensdag 29 maart 2006
Plaats: KOG, Steenschuur 25, 2311 ES Leiden (zaalnummer op het mededelingenscherm bij de ingang)
Tijdstip: 19:00 tot (ca.) 21:00 uur
Aanmelden: per e-mail naar info@sdrnet.nl
Kosten: € 20,00 per persoon bij aanmelding over te maken op de bankrekening van de SDR nummer 59 50 14 860 ten name van SDR Den Haag, met vermelding van “woensdag 29 maart 2006” en de naam/namen van de deelnemer(s).
Routebeschrijving naar het KOG-gebouw
terug naar inhoudsopgave
SDR-Symposium
16 november 2006
De datum is bekend. Over het thema wordt nog beraadslaagd. Zodra er meer nieuws is, wordt dit op de website gemeld en ontvangen degenen die zich hebben aangemeld als abonnee op de SDR-nieuwsbrief per e-mail nader bericht.
terug naar inhoudsopgave
Aansprakelijkheidsbeperking deskundige
Kan een deskundige die door de rechter wordt benoemd zijn aansprakelijkheid beperken? Deze vraag was onderwerp van een onderzoek dat in 2004 in opdracht van de Raad voor de rechtspraak is verricht door mw.mr.drs. G. de Groot. Klik hier voor een verslag van het onderzoek in het periodiek Rechtsreeks of hier voor het onderzoeksrapport.
De conclusie van het onderzoek is, kort gezegd, dat in beginsel aan de aanvaarding van de benoeming aansprakelijkheidsbeperkende voorwaarden kunnen worden verbonden, tenzij er grond is voor een uitzondering. Afgesloten werd met enkele aanbevelingen voor de rechtspraktijk.
In het Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie WPNR (05/6629 p. 579-586) heeft mr.drs. R.M. Hermans hierop gereageerd. Hij acht de voorgestelde oplossing principieel onjuist en betoogt aan de hand van de praktijk bij de Ondernemingskamer, dat het probleem er niet door wordt opgelost. Volgens mr. Hermans behoort in alle gevallen de Staat aansprakelijk te zijn voor schade als gevolg van eventuele fouten van deskundigen.
Mr. De Groot heeft in WPNR op het artikel van mr. Hermans gereageerd (06/6650 p. 41-42). Zij wijst erop dat de positie van onderzoekers in het enquêterecht buiten het onderzoek is gehouden en zet uiteen waarom de voorgestelde oplossing in het doorsnee civielrechtelijke deskundigenonderzoek wel tegemoet kan komen aan praktijkproblemen rond de aansprakelijkheidsbeperking van deskundigen. Aansprakelijkheid van de Staat ligt volgens haar niet voor de hand. Op de reactie volgt een naschrift van mr. Hermans (06/6650 p. 43-44).
terug naar inhoudsopgave
Opmerkelijk vonnis
"De rechtbank neemt de conclusies van het deskundigenbericht en de gronden waarop deze rusten hier over en maakt deze tot de hare." Die overweging, in het vonnis dat gewezen wordt na het deskundigenbericht, is voor de deskundige de bevestiging, dat hij zijn werk kennelijk goed gedaan heeft. Gewoonlijk vindt hij vervolgens in de einduitspraak één op één zijn conclusies terug. Toch hoeft dat niet altijd het geval te zijn, zoals een recent vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch ons leert. De rechtbank nam namelijk wel de conclusies van de deskundige over, maar besliste vervolgens toch anders. Het ging om een waarderingskwestie.
De deskundige taxeerde in deze zaak de waarde op nihil, maar las tot zijn verrassing in het vonnis dat de rechtbank, zijn conclusies over nemend en tot de hare makend, op een bedrag uitkomt van EUR 24.957,91. De rechtbank legt in r.o. 2.7 uit hoe ze daartoe komt:
"De rechtbank stelt voorop dat artikel 6:272 lid 2 BW de maatstaf formuleert voor de waarde die in onderhavige zaak berekend dient te worden. Nu het doel, (...) niet is gehaald, betreft het immers een prestatie die niet aan de verbintenis beantwoordt. De waardevergoeding wordt gezien artikel 6:272 lid 2 BW beperkt tot het bedrag van de waarde die de prestatie voor [Eiser] op 20 september 2001 werkelijk heeft gehad. Bij tussenvonnis van 21 juli 2004 is reeds bepaald dat deze waarde minimaal op EUR 24.957,91 moet worden gesteld (vergelijk r.o. 8.3). Voornoemde werkelijke waarde komt naar het oordeel van de rechtbank in het deskundigenbericht het best tot uiting bij de waardering op basis van marktwaarde. Bij bepaling van de marktwaarde neemt de deskundige de mate van overdraagbaarheid van het product als uitgangspunt. Dat is volgens de rechtbank de juiste maatstaf bij de vraag of het door [Gedaagde] geleverde product in de de staat waarin het zich op 20 september 2001 bevond, voor [Eiser] meer waarde heeft dan de reeds vastgestelde EUR 24.957,91. De deskundige constateert vervolgens dat er geen technische documentatie voorhanden is waardoor de ontwikkeling en het onderhoud van [Product] niet overdraagbaar is. Dat betekent dat een (vaktechnisch kundige) derde noch [Eiser] iets kan aanvangen met het product zoals door [Gedaagde] is ontwikkeld. Dat brengt de rechtbank tot het oordeel dat de waarde van de werkzaamheden van Van Mierlo niet meer omvat dan het bedrag van EUR 24.957,91."
Die uitleg vereist, zeker voor deskundigen, een nadere uitleg. Want hoe kon de rechter, zonder een deskundige te raadplegen, bepalen dat de waarde minimaal EUR 24.957,91 is? En waarom kwam de rechter niet op die kennelijk verkeerde inschatting terug, toen bleek, dat de werkelijke waarde volgens de deskundige nihil is? En hoe is te verklaren dat de conclusie van de deskundige - waarde nihil - wordt overgenomen en de door de deskundige gehanteerde maatstaf als juist wordt beoordeeld, terwijl er een waarde wordt oegekend van bijna 25 mille?
Mr. T.J. (Tycho) de Graaf heeft zich bereid verklaard om in de volgend editie van de SDR-nieuwsbrief zijn licht te laten schijnen over dit vonnis. Wordt vervolgd dus.
terug naar inhoudsopgave
Post Academische Opleiding Gerechtelijk Deskundige
In het onlangs verschenen programma van Juridisch PAO Leiden is wederom de opleiding voor gerechtelijke deskundigen opgenomen. De volgende cursus start op 13 september 2006 en loopt tot maart 2007. Nadere informatie vindt u op de website van PAO Leiden.
terug naar inhoudsopgave
Oproep van de redactie
Wanneer u wilt reageren op de in de nieuwsbrief opgenomen informatie, of wanneer u daaraan zelf een bijdrage wilt leveren, wordt dat zeer op prijs gesteld. Ook ingeval u specifieke onderwerpen besproken zou willen zien in de nieuwsbrief, zien wij uw suggesties graag tegemoet in een e-mail aan nieuwsbrief@sdrnet.nl.
Redactie SDR-Nieuwsbrief
Ben Slijk