Colofon
De SDR Nieuwsbrief wordt uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de Stichting Deskundigen en Rechtspleging.
Hoofdredacteur: Ben Slijk.
Redactieadres: nieuwsbrief@sdrnet.nl
Inhoudsopgave
Bericht van de voorzitter
Prof. Dr. J.F. Nijboer [1]
In de eerste plaats wens ik de lezers van de Nieuwsbrief van de Stichting, tevens Studiekring, Deskundigen en Rechtspleging een voorspoedig 2008 toe. De jaarwisseling is onrustig verlopen, zo melden allerlei bronnen. Vanuit mijn land van herkomst (Kampen en IJsselmuiden aan de monding van de IJssel en inderdaad gelegen in wat sinds enige tijd de Nederlandse “bible belt” heet [2]) weet ik niet beter: Onrust is van alle tijden. Maar tegenwoordig zijn we wat vatbaarder geworden; gevoelens van onveiligheid vragen aandacht.
Veiligheid – hype of noodzaak?
Veiligheid staat steeds hoger op de maatschappelijke en politieke agenda. In het Nederlands omvat deze notie een breed scala van betekenissen en contexten. Aan de ene kant zien wij het traditionele werkterrein van veiligheidsdiensten op het gebied van (vooral vroeger) vijandige militaire activiteiten en (thans eerder) terroristische activiteiten en de waarborgen en mogelijkheden in de sfeer van preventie en bestrijding. In het Engels gaat het hier vooral om “security”. Op de kleinere schaal kunnen hiermede ook (surveillerende) politie en particuliere veiligheidszorg worden verbonden. Daartegenover zien wij “safety”: dan gaat het om zaken als veiligheid van producten en diensten en ook van activiteiten. De preventie en bestrijding liggen dan eerder op het vlak van normalisatie of standaardisatie, controle en toezicht en management van processen – zoals productieprocessen. De omstandigheid dat het om zoveel aspecten van zovele verschillende situaties gaat, vormt op zichzelf geen reden om het concept veiligheid als zodanig op voorhand als onbruikbaar terzijde te stellen in het maatschappelijke en politieke debat.
In december 2007 heeft de voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven, een notitie uitgebracht over het “Maatschappelijk debat over de essentiële veiligheidsrelatie tussen overheid en samenleving”.[3] In de notitie gaat het vooral om “safety”. De schrijver signaleert een tekort aan overkoepelende aandacht voor de verantwoordelijkheid van de overheid in relatie tot de eigen verantwoordelijkheden van – met name – private organisaties. Verderop spreekt Van Vollenhoven ook over burgers, ondernemingen en organisaties in relatie tot hun eigen verantwoordelijkheid. Transparantie en explicietheid van regelgeving, maar ook van “best practices” en van eigen inzichten en ervaringen zijn van grote betekenis. Duidelijk is dat er meer aandacht wordt gevraagd voor bewustwording van risico’s en als het gaat om organisaties bij het management van de aanpak van veiligheid. Als het gaat om toezicht valt op dat de aard, omvang en intensiteit van het geen de overheid doet de individuele organisatie (burger, ondernemer) een tekort aan het nemen van of hebben van eigen verantwoordelijkheid niet afdekt. Impliciet (b)lijkt de auteur wel te betreuren dat de publiekrechtelijke bevoegdheden te beperkt zijn voor publiekrechtelijke aansturing. Zo leiden bijvoorbeeld NEN normen – van het Nederlands Normalisatie Instituut – veelal slechts tot privaatrechtelijke gehoudenheid van organisaties (burgers, ondernemers) onderling en jegens hun brancheorganisaties.
In de notitie wordt het een en ander opgehangen aan de casus van de brand in het detentiecentrum op Schiphol-Oost, waarbij 11 personen omkwamen. Zoals bekend heeft het Rapport van de Onderzoeksraad indertijd politiek geleid tot commotie en tot het aftreden van bewindspersonen. Wat er van deze casus ook zij, duidelijk is dat in geval van rampen of calamiteiten veel minder dan vroeger de vraag naar de verantwoordelijkheid wordt afgeschoven in de richting van de natuur of God. Kennis en analyse van risico’s voor de veiligheid en voorzorg worden cruciaal. In het Engels gezegd staan “risk analysis” en “risk management” in het centrum van de aandacht. Het lijkt mij onvermijdelijk dat dit soort zaken in de rechtspraktijk – waar deze noties toch al geen onbekenden meer waren – ook steeds belangrijker worden. Dat geldt in iedere geval bij opgetreden calamiteiten dat meer dan vroeger het burgerlijke en vooral ook het strafproces eraan te pas komen. Daarbij dient in het oog te worden gehouden dat het dikwijls om complexe aangelegenheden gaat. Ziedaar het verband met (forensische) expertise en de bijbehorende deskundigen. Naarmate meer zaken de hier bedoelde (veiligheids)problematiek oproepen, is de kans groot dat zich hier forensische (super)specialisaties ontwikkelen. En dan moge de huidige aandacht voor veiligheid een hype lijken, iets daarvan zal in de sociale organisatie van en om het rechtsbedrijf - mede dankzij de genoemde Onderzoeksraad – wel beklijven. Voor wat betreft de SDR zie ik hierin aanleiding de aandacht te vragen voor twee probleemvelden.
Twee probleemvelden
Het eerste is de aard van de vraagstukken waarvoor (forensische) expertise nodig is in de rechtspleging. In veel gevallen zal het gaan om het achteraf vaststellen van causaliteit tussen een beweerde actie of nalatigheid en de daaraan toe te rekenen gevolgen. In de meeste gevallen zal er zowel in het civiele als in het strafrecht sprake zijn van complexe vragen, waarbij uiteindelijk een verbinding moet worden gelegd tussen juridische causaliteit in termen van toerekenen en “feitelijke” ketens van oorzakelijkheid, waarover vanuit uiteenlopende disciplines deskundigenoordelen mogelijk zijn. Vaak zal de problematiek zich concentreren rond vragen van risico’s en de voorzienbaarheid daarvan. Op allerlei deelgebieden, bijvoorbeeld vanuit de geneeskunde, is hierover wetenschappelijke literatuur voor handen.[4] In een notendop kan men zeggen dat hier de problematiek aan de orde is van de verhouding tussen statistische kansberekening (probabilistiek) en het teweeg brengen van of verhoging van specifieke risico’s. Er zijn trouwens ook juridische constellaties denkbaar waar het puur gaat om het scheppen of verhogen van risico’s in het algemeen, bijvoorbeeld in het strafrecht als het gaat om gevaarzettings-delicten (zoals de algemene strafbaarstelling van milieu verstoring; art. 193a en 173b WvSr). De verwevenheid van – uiteindelijk – juridische aanvaardbaarheidsoordelen en vakwetenschappelijk te duiden verbanden is kenmerkend voor hetgeen de ingeschakelde expertise – zeker als de betrokkenen structureel [5] een plaats krijgen in het rechtsbedrijf – maakt tot forensische expertise: namelijk inhoudelijk betrokken op de rechtspleging. Dit is een thematiek waar we in onze praktische en wetenschappelijke interdisciplinaire en interprofessionele uitwisselingen en verkenningen waarschijnlijk nog decennia vooruit kunnen. De actuele discussie over de betekenis van statistiek in de bewijsvoering in strafzaken (naar aanleiding van het rapport van een driemanschap van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken inzake Lucia de B.) past ook in dit beeld. Hier ligt een taak voor de SDR als het gaat om het op gang brengen en in gang houden van het echte debat.
Het tweede probleemveld ligt in de toegankelijkheid en transparantie van de betrokken velden van expertise. Hier doemen problemen op die samenhangen met bijvoorbeeld de commercialisering van een vakterrein en bijpassende beperkingen op de markt, waarbij ook feitelijke monopolie- of kartelvorming een rol kan spelen. In het strafrecht wordt voor wat betreft de vrije markt van expertise [6] nog wel eens de positie en het aanbod van het Nederlands Forensisch Instituut of van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie ter discussie gesteld. In dit perspectief is het van belang dat er in de praktijk volop wordt gewerkt aan ontsluiting: hier plaats ik dan ook de bemoeienis in de sfeer van de overheid en vanuit particulier initiatief met het tot stand brengen van registers van forensische deskundigen. Zowel bij de gebruikers (gerechten, politie, Openbaar Ministerie, advocatuur) als bij de beroepsgroepen bestaat momenteel aarzeling en onzekerheid. Bij de gebruikers of bepaalde groepen van gebruikers voor wat betreft de mate waarin zij bij selectie van deskundigen aan een register zijn gebonden – zoals bij het afzonderlijke register voor tolken de bedoeling is [7]. Bij bepaalde beroepsgroepen over de selectieve werking van de erkenning die met de registratie samenhangt, zodra kwalificaties op het gebied van diplomering (certificering) en accreditatie worden gesteld. Vooralsnog zie ik aan weerszijden vooral koudwatervrees. Enkele eeuwen terug waren er verzamelingen bij kloosters, gilden, universiteiten etc. die thans in musea en bibliotheken zouden zijn te vinden. De uitvinding van de catalogus heeft veel bijgedragen aan de ontsluiting van werelden aan opgeslagen kennis. Ik zie vooralsnog een deskundigenregister vooral in de sleutel van ontsluiting. Ook hier ligt een taak voor de SDR: bevorderen van activiteiten die de kwaliteit van de expertise en van de rechtspleging ten goede komen. Die kunnen liggen in de stimulering van het aanbod in onderwijs en training voor vakdeskundigen en voor vakjuristen.
En verder
Hoewel het focus bij de activiteiten van de SDR nogal gevarieerd is waar het gaat om de verschillende (forensische) vakgebieden en werkterreinen, wil ik van de gelegenheid gebruik maken erop te attenderen dat er het een en ander aan activiteiten staat te gebeuren (waarbij de SDR overigens niet rechtstreeks is betrokken) in de forensische gedragskundige disciplines. Om te beginnen de forensische psychiatrie. Op 31 januari 2008 vindt er een studiedag plaats over nieuwe eisen te stellen aan deskundigen en hun rapportages. De naam van het thema is “Deskundigenrapportages Pro Justitia – hoe kan dit beter?” De leiding is in handen van Prof. Dr. Hjalmar Van Marle. Plaats van samenkomst is Driebergen. Informatie is verkrijgbaar bij Mevr. Anne Koehorst van Medilex (A.Koehorst@medilex.nl). Er is voorzien in een inbreng vanuit de juridische en de gedragswetenschappelijke kant, maar met een accent op verbeteringen in de praktijk. Bij een tweede studiedag, op 28 februari 2008, ligt de nadruk minder op rapportages, maar meer op behandeling, toezicht en dergelijke. Voor wat betreft het strafrecht staat dan niet zozeer de berechting als wel de sanctie en de tenuitvoerlegging daarvan centraal. Het thema is “De toekomst van de forensische psychiatrie, bezien vanuit haar verleden”. Plaats van samenkomst is Utrecht. Informatie is te verkrijgen bij het al genoemde NIFP (www.NIFP.nl) of via de Nederlandse Vereniging van Psychiatrie (www.NVVP.net).
Dan zijn er nog een tweetal evenementen te noemen op het terrein van de rechtspsychologie. Op 11 maart vindt in het Belgische Jodoigne een studiedag plaats over Confrontatie en line-up. Dit betreft typisch een onderwerp van opsporing en bewijsvoering in relatie tot de identificatie van personen. Inlichtingen kunt u krijgen bij het Comite P (herman.de.ridder@comitep.be). Tenslotte vindt van 2-5 juli 2008 in Maastricht de achttiende jaarconferentie plaats van de European Association of Psychology and Law. Inlichtingen bij de Universiteit Maastricht (www.unimaas.nl/congresbureau/eapl2008).
Justitie en cognitie
Tenslotte nog een korte terugblik naar de door Studiecentrum Kerckebosch in samenwerking met andere organisaties opgezette dag over cognitie en justitie. Er was een zeer ruime belangstelling, zowel vanuit de kant van de “neuro” wetenschappers als van beleidsambtenaren. De belangstelling vanuit de groepen praktijkjuristen was minder groot. Op de dag kwam een veelheid aan thema’s aan bod. Bij mij is de overheersende indruk dat de betrokken disciplines nog heel ver van elkaar staan en vaak ook een karikaturaal beeld van elkaars gebied en methoden hebben. Werkbare resultaten op middellange termijn zijn waarschijnlijk te verwachten in de sfeer van de sanctietoepassing: in de combinatie behandeling, toezicht, zorg, beveiliging. Daarmee zijn we ten dele terug bij de maatschappelijke veiligheid als thema, hier vooral gestalte krijgend in de penologie en het penitentiair recht. Ook als het gaat om de straftheorie komen veiligheid en beveiliging steeds indrukwekkender om de hoek kijken: de theoretici geven zich er meer en meer rekenschap van dat vergelding en verzoening, speciale en generale preventie en dergelijke strafdoelen of –gronden onvoldoende recht doen aan de duiding van allerlei ontwikkelingen rond speciale programma’s etc. in de penitentiaire wereld, die in Angelsaksische termen de neoconservatieve invalshoek van het “just desert” te boven komt.
[1] Hoogleraar bewijs en bewijsrecht Universiteit Leiden.
[2] Het is wel interessant dat deze geografische band van Zeeland tot Zuidoost Friesland terug te vinden is in de frontlinie van de protestantse gebieden ten tijde van de Opstand en het ontstaan van de Republiek aan het einde van de zestiende eeuw.
[3] Te vinden op de website van de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP).
[4] Zie bijvoorbeeld R.W.M. Giard, Aansprakelijkheid van artsen. Juridische theorie en medische praktijk (diss. Leiden, Den Haag 2005 en I. Freckelton, Causation in Law and Medicine, Aldershot 2002
[5] Dat hoeft niet per se in de regelgeving tot uitdrukking te komen; het kan heel goed gaan om staande praktijk.
[6] Een interessante casus was de inzet van het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak van Hertel EHRM 25 augustus 1998, NJ 1999, 712
[7] Wet beëdigde tolken en vertalers, 11 oktober 2007, Stb 2007, 375
Naar Inhoudsopgave
Agenda
8 februari 2008 Symposium Expertise en Recht, georganiseerd door Juridisch PAO Leiden, in samenwerking met uitgeverij Paris, Stichting Landelijk Register Gerechtelijke Deskundigen (LRGD) en de Stichting Deskundigen en Rechtspleging (SDR). Meer informatie via een klik op deze link.
20 maart 2008 is er een symposium over Forensische expertise van het E.M. Meijers Instituut "Gesnapt? De forensische rechtspleging". Informatie daarover is te vinden op de website van het EMMI
16 april 2008 is er een "Kerckeboschdag" over Deskundigenrapporten in de strafrechtspleging. Meer informatie is binnenkort te vinden op de website van Kerckebosch.
22 april 2008 is er een "Kerckeboschdag" over het deskundig verhoren van verdachten en getuigen en de kwaliteit van de registratie van die verhoren. Meer informatie is binnenkort te vinden op de website van Kerckebosch.
3 juni 2008 wordt er een SDR studieavond georganiseerd over forensische accountancy met Jan van de Poel als inleider. De heer Van der Poel is verbonden is aan de Raad voor Accreditatie. Het programma wordt binnenkort gepubliceerd op de website van de SDR.
23 september 2008 wordt er een SDR studieavond georganiseerd over het initiatief van het Ministerie van Justitie m.b.t. het project waarin een deskundigenregister wordt ontwikkeld (zie ook hierna bij interessante websites). Inleider is de projectleider van dat initiatief, Michel Smithuis. Het programma wordt gepubliceerd op de website van de SDR.
Naar Inhoudsopgave
StAB door OM ingeschakeld in strafzaak
Een leerzame ervaring.
Op www.rechtspraak.nl is onder LJN nummer BA0200 een vonnis te vinden in een strafzaak over brand door schuld en milieudelicten - waarvan de verdachte werd vrijgesproken - en gevaarlijke afvalstoffen, waarvoor veroordeling volgde. Bij de behandeling van de zaak passeren deskundigenrapportten van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA) en de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) de revue. Geen van hen heeft op de plaats van de brand onderzoek kunnen doen, want na de brand is alles al snel opgeruimd. Ook de technisch recherche heeft destijds geen onderzoek gedaan.
Voor de StAB, die gewoonlijk de administratieve rechter adviseert in geschillen op het terrein van het fysiek leefmilieu, was het aanvaarden van een onderzoeksopdracht van het Openbaar Ministerie een nieuwe ervaring. Het rapport van de StAB heeft een belangrijke rol gespeeld en heeft (mede) geleid tot een veroordeling voor het niet naleven van de voorschriften van de vergunning.
In de procedure heeft de beklaagde zich op het standpunt gesteld, dat het onderzoek doelbewust gericht zou zijn geweest op “het aan de schandpaal nagelen van verdachte of haar directeuren.” De rechtbank gaat daarin niet mee en overweegt dat de externe deskundigen door het OM niet in hun onderzoek zijn gestuurd, maar in volle vrijheid omtrent hun bevindingen hebben kunnen rapporteren. Toch meent de StAB dat zo’n discussie over haar onpartijdigheid niet wenselijk is. De StAB heeft hier de les uit getrokken, dat het OM vanuit de positie van de deskundige bezien eigenlijk te beschouwen is als een procespartij en dat StAB beter haar deskundigenberichten kan leveren in opdracht van de rechtercommissaris of de rechtbank.
Naar Inhoudsopgave
Opleiding Gerechtelijk Deskundige 2008/2009 vanwege grote belangstelling mogelijk in 2 groepen
Voor de Specialisatie Opleiding Gerechtelijk Deskundige van Juridisch PAO van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden die op woensdag 17 september 2008 van start gaat, hebben zich nu al meer deelnemers aangemeld, dan er plaats is. JPAO heeft laten weten de mogelijkheid te overwegen om met twee groepen van start te gaan wanneer daarvoor voldoende belangstelling is. Belangstellenden voor deze opleiding wordt dan ook aangeraden om op korte termijn hun belangstelling kenbaar te maken door het sturen van een e-mail aan pao@law.leidenuniv.nl o.v.v. "graag op de wachtlijst extra leergang GD 2008-2009".
U kunt ook telefonisch contact opnemen (071 527 86 66). Op de website zijn alle gegevens van de opleiding te vinden.
Naar Inhoudsopgave
Interessante websites
CEAS
De commissie evaluatie afgesloten strafzaken (ook wel Posthumus II en CEAS genoemd) heeft tot doel na te gaan of zich in de opsporing van strafbare feiten en/of in de behandeling van daaruit voortgekomen strafzaken ernstige manco’s hebben voorgedaan die een evenwichtige beoordeling van de feiten door de rechter in de weg hebben gestaan. Informatie over de CEAS en haar rapporten is te vinden op de website van het Openbaar Ministerie
Nieuwsbrief van het Ministerie van Justitie
De projectgroep van het Ministerie van Justitie die werkt aan het deskundigenregister, dat zich allereerst gaat richten op deskundigen in strafzaken, allereerst DNA- en gedragsdeskundigen, geeft een e-mail nieuwsbrief uit over de voortgang van dat project. In de nieuwsbrief van 23 november 2007 wordt de verwachting uitgesproken, dat het register in de loop van 2008 wordt opgebouwd met, in eerste instantie, dna-, gedrags- en handschriftdeskundigen voor het strafrecht. In de nieuwsbrief van Justitie is ook informatie te vinden over het betreffende wetgevingsproces. Daarin wordt ook een stukje gewijd aan het ‘Leidse register’, waarmee het LRGD wordt bedoeld. De nieuwsbrief nalezen en aanmelden voor toezending daarvan kan via de website die te bereiken is met een klik op deze link.
Naar Inhoudsopgave
Recente artikelen over deskundigen
Bron: Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht (NTBR 2007/10)
* De rol van de deskundige in onteigeningsprocedures
In het artikel wordt uitgebreid de rol van de deskundige in onteigeningsprocedures beschreven en wordt aangegeven dat voor het deskundigenbericht in de onteigeningsprocedure enkele specifieke regels gelden, die mede verband houden met de taak die deskundigen in deze procedure hebben. Kern van hun taak is het adviseren van de rechter over de omvang van de aan de onteigende toekomende schadeloosstelling. Daarbij hebben zij een vrije rol. De rechter benoemt de deskundigen die vervolgens zelf aan het werk gaan. Hun rapport heeft veelal mede een juridisch karakter, waarin een aantal juridische vraagstukken die van belang zijn voor de vaststelling van de schadeloosstelling wordt beantwoord. De rechter volstaat in een heel aantal zaken met het bespreken van de bezwaren van partijen tegen dit rapport om vervolgens - soms zeer kort - aan te geven waarom de deskundigen het bij het rechte eind hebben. De schadeloosstelling wordt daarna in heel wat gevallen conform het rapport van deskundigen vastgesteld. Nu de rechter bovendien niet gebonden is aan de stellingen van partijen omtrent de schadeloosstelling omdat hij deze zelfstandig vaststelt, moge duidelijk zijn dat het deskundigenrapport in de onteigeningsprocedure zo niet het belangrijkste dan toch in ieder geval een zeer belangrijk stuk is dat grote invloed heeft op de uiteindelijke vaststelling van de schadeloosstelling door de rechter.
* De rol van de deskundige bij de vaststelling van schade in het bouwrecht
In het stuk wordt uitgebreide de rol van de deskundige in de diverse procedures beschreven. De rol van de deskundige in het consumentenbouwrecht is erg groot. De inspectie die door de technisch inspecteur/deskundige van het GIW/AIG wordt uitgevoerd, drukt een zware stempel op de arbitrage. Tot klachten, leidend tot vernietiging van een arbitrale uitspraak, heeft dit nimmer aanleiding gegeven. De rol van de deskundige bij de Raad van Arbitrage is veel kleiner. De reden daarvoor is de deskundigheid waarover de meestal technisch geschoolde arbiters zelf beschikken.
Naar Inhoudsopgave
Colofon
De SDR Nieuwsbrief wordt uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de Stichting Deskundigen en Rechtspleging.
Hoofdredacteur: Ben Slijk.
Redactieadres: nieuwsbrief@sdrnet.nl
Inhoudsopgave
Bericht van de voorzitter
Prof. Dr. J.F. Nijboer [1]
In de eerste plaats wens ik de lezers van de Nieuwsbrief van de Stichting, tevens Studiekring, Deskundigen en Rechtspleging een voorspoedig 2008 toe. De jaarwisseling is onrustig verlopen, zo melden allerlei bronnen. Vanuit mijn land van herkomst (Kampen en IJsselmuiden aan de monding van de IJssel en inderdaad gelegen in wat sinds enige tijd de Nederlandse “bible belt” heet [2]) weet ik niet beter: Onrust is van alle tijden. Maar tegenwoordig zijn we wat vatbaarder geworden; gevoelens van onveiligheid vragen aandacht.
Veiligheid – hype of noodzaak?
Veiligheid staat steeds hoger op de maatschappelijke en politieke agenda. In het Nederlands omvat deze notie een breed scala van betekenissen en contexten. Aan de ene kant zien wij het traditionele werkterrein van veiligheidsdiensten op het gebied van (vooral vroeger) vijandige militaire activiteiten en (thans eerder) terroristische activiteiten en de waarborgen en mogelijkheden in de sfeer van preventie en bestrijding. In het Engels gaat het hier vooral om “security”. Op de kleinere schaal kunnen hiermede ook (surveillerende) politie en particuliere veiligheidszorg worden verbonden. Daartegenover zien wij “safety”: dan gaat het om zaken als veiligheid van producten en diensten en ook van activiteiten. De preventie en bestrijding liggen dan eerder op het vlak van normalisatie of standaardisatie, controle en toezicht en management van processen – zoals productieprocessen. De omstandigheid dat het om zoveel aspecten van zovele verschillende situaties gaat, vormt op zichzelf geen reden om het concept veiligheid als zodanig op voorhand als onbruikbaar terzijde te stellen in het maatschappelijke en politieke debat.
In december 2007 heeft de voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven, een notitie uitgebracht over het “Maatschappelijk debat over de essentiële veiligheidsrelatie tussen overheid en samenleving”.[3] In de notitie gaat het vooral om “safety”. De schrijver signaleert een tekort aan overkoepelende aandacht voor de verantwoordelijkheid van de overheid in relatie tot de eigen verantwoordelijkheden van – met name – private organisaties. Verderop spreekt Van Vollenhoven ook over burgers, ondernemingen en organisaties in relatie tot hun eigen verantwoordelijkheid. Transparantie en explicietheid van regelgeving, maar ook van “best practices” en van eigen inzichten en ervaringen zijn van grote betekenis. Duidelijk is dat er meer aandacht wordt gevraagd voor bewustwording van risico’s en als het gaat om organisaties bij het management van de aanpak van veiligheid. Als het gaat om toezicht valt op dat de aard, omvang en intensiteit van het geen de overheid doet de individuele organisatie (burger, ondernemer) een tekort aan het nemen van of hebben van eigen verantwoordelijkheid niet afdekt. Impliciet (b)lijkt de auteur wel te betreuren dat de publiekrechtelijke bevoegdheden te beperkt zijn voor publiekrechtelijke aansturing. Zo leiden bijvoorbeeld NEN normen – van het Nederlands Normalisatie Instituut – veelal slechts tot privaatrechtelijke gehoudenheid van organisaties (burgers, ondernemers) onderling en jegens hun brancheorganisaties.
In de notitie wordt het een en ander opgehangen aan de casus van de brand in het detentiecentrum op Schiphol-Oost, waarbij 11 personen omkwamen. Zoals bekend heeft het Rapport van de Onderzoeksraad indertijd politiek geleid tot commotie en tot het aftreden van bewindspersonen. Wat er van deze casus ook zij, duidelijk is dat in geval van rampen of calamiteiten veel minder dan vroeger de vraag naar de verantwoordelijkheid wordt afgeschoven in de richting van de natuur of God. Kennis en analyse van risico’s voor de veiligheid en voorzorg worden cruciaal. In het Engels gezegd staan “risk analysis” en “risk management” in het centrum van de aandacht. Het lijkt mij onvermijdelijk dat dit soort zaken in de rechtspraktijk – waar deze noties toch al geen onbekenden meer waren – ook steeds belangrijker worden. Dat geldt in iedere geval bij opgetreden calamiteiten dat meer dan vroeger het burgerlijke en vooral ook het strafproces eraan te pas komen. Daarbij dient in het oog te worden gehouden dat het dikwijls om complexe aangelegenheden gaat. Ziedaar het verband met (forensische) expertise en de bijbehorende deskundigen. Naarmate meer zaken de hier bedoelde (veiligheids)problematiek oproepen, is de kans groot dat zich hier forensische (super)specialisaties ontwikkelen. En dan moge de huidige aandacht voor veiligheid een hype lijken, iets daarvan zal in de sociale organisatie van en om het rechtsbedrijf - mede dankzij de genoemde Onderzoeksraad – wel beklijven. Voor wat betreft de SDR zie ik hierin aanleiding de aandacht te vragen voor twee probleemvelden.
Twee probleemvelden
Het eerste is de aard van de vraagstukken waarvoor (forensische) expertise nodig is in de rechtspleging. In veel gevallen zal het gaan om het achteraf vaststellen van causaliteit tussen een beweerde actie of nalatigheid en de daaraan toe te rekenen gevolgen. In de meeste gevallen zal er zowel in het civiele als in het strafrecht sprake zijn van complexe vragen, waarbij uiteindelijk een verbinding moet worden gelegd tussen juridische causaliteit in termen van toerekenen en “feitelijke” ketens van oorzakelijkheid, waarover vanuit uiteenlopende disciplines deskundigenoordelen mogelijk zijn. Vaak zal de problematiek zich concentreren rond vragen van risico’s en de voorzienbaarheid daarvan. Op allerlei deelgebieden, bijvoorbeeld vanuit de geneeskunde, is hierover wetenschappelijke literatuur voor handen.[4] In een notendop kan men zeggen dat hier de problematiek aan de orde is van de verhouding tussen statistische kansberekening (probabilistiek) en het teweeg brengen van of verhoging van specifieke risico’s. Er zijn trouwens ook juridische constellaties denkbaar waar het puur gaat om het scheppen of verhogen van risico’s in het algemeen, bijvoorbeeld in het strafrecht als het gaat om gevaarzettings-delicten (zoals de algemene strafbaarstelling van milieu verstoring; art. 193a en 173b WvSr). De verwevenheid van – uiteindelijk – juridische aanvaardbaarheidsoordelen en vakwetenschappelijk te duiden verbanden is kenmerkend voor hetgeen de ingeschakelde expertise – zeker als de betrokkenen structureel [5] een plaats krijgen in het rechtsbedrijf – maakt tot forensische expertise: namelijk inhoudelijk betrokken op de rechtspleging. Dit is een thematiek waar we in onze praktische en wetenschappelijke interdisciplinaire en interprofessionele uitwisselingen en verkenningen waarschijnlijk nog decennia vooruit kunnen. De actuele discussie over de betekenis van statistiek in de bewijsvoering in strafzaken (naar aanleiding van het rapport van een driemanschap van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken inzake Lucia de B.) past ook in dit beeld. Hier ligt een taak voor de SDR als het gaat om het op gang brengen en in gang houden van het echte debat.
Het tweede probleemveld ligt in de toegankelijkheid en transparantie van de betrokken velden van expertise. Hier doemen problemen op die samenhangen met bijvoorbeeld de commercialisering van een vakterrein en bijpassende beperkingen op de markt, waarbij ook feitelijke monopolie- of kartelvorming een rol kan spelen. In het strafrecht wordt voor wat betreft de vrije markt van expertise [6] nog wel eens de positie en het aanbod van het Nederlands Forensisch Instituut of van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie ter discussie gesteld. In dit perspectief is het van belang dat er in de praktijk volop wordt gewerkt aan ontsluiting: hier plaats ik dan ook de bemoeienis in de sfeer van de overheid en vanuit particulier initiatief met het tot stand brengen van registers van forensische deskundigen. Zowel bij de gebruikers (gerechten, politie, Openbaar Ministerie, advocatuur) als bij de beroepsgroepen bestaat momenteel aarzeling en onzekerheid. Bij de gebruikers of bepaalde groepen van gebruikers voor wat betreft de mate waarin zij bij selectie van deskundigen aan een register zijn gebonden – zoals bij het afzonderlijke register voor tolken de bedoeling is [7]. Bij bepaalde beroepsgroepen over de selectieve werking van de erkenning die met de registratie samenhangt, zodra kwalificaties op het gebied van diplomering (certificering) en accreditatie worden gesteld. Vooralsnog zie ik aan weerszijden vooral koudwatervrees. Enkele eeuwen terug waren er verzamelingen bij kloosters, gilden, universiteiten etc. die thans in musea en bibliotheken zouden zijn te vinden. De uitvinding van de catalogus heeft veel bijgedragen aan de ontsluiting van werelden aan opgeslagen kennis. Ik zie vooralsnog een deskundigenregister vooral in de sleutel van ontsluiting. Ook hier ligt een taak voor de SDR: bevorderen van activiteiten die de kwaliteit van de expertise en van de rechtspleging ten goede komen. Die kunnen liggen in de stimulering van het aanbod in onderwijs en training voor vakdeskundigen en voor vakjuristen.
En verder
Hoewel het focus bij de activiteiten van de SDR nogal gevarieerd is waar het gaat om de verschillende (forensische) vakgebieden en werkterreinen, wil ik van de gelegenheid gebruik maken erop te attenderen dat er het een en ander aan activiteiten staat te gebeuren (waarbij de SDR overigens niet rechtstreeks is betrokken) in de forensische gedragskundige disciplines. Om te beginnen de forensische psychiatrie. Op 31 januari 2008 vindt er een studiedag plaats over nieuwe eisen te stellen aan deskundigen en hun rapportages. De naam van het thema is “Deskundigenrapportages Pro Justitia – hoe kan dit beter?” De leiding is in handen van Prof. Dr. Hjalmar Van Marle. Plaats van samenkomst is Driebergen. Informatie is verkrijgbaar bij Mevr. Anne Koehorst van Medilex (A.Koehorst@medilex.nl). Er is voorzien in een inbreng vanuit de juridische en de gedragswetenschappelijke kant, maar met een accent op verbeteringen in de praktijk. Bij een tweede studiedag, op 28 februari 2008, ligt de nadruk minder op rapportages, maar meer op behandeling, toezicht en dergelijke. Voor wat betreft het strafrecht staat dan niet zozeer de berechting als wel de sanctie en de tenuitvoerlegging daarvan centraal. Het thema is “De toekomst van de forensische psychiatrie, bezien vanuit haar verleden”. Plaats van samenkomst is Utrecht. Informatie is te verkrijgen bij het al genoemde NIFP (www.NIFP.nl) of via de Nederlandse Vereniging van Psychiatrie (www.NVVP.net).
Dan zijn er nog een tweetal evenementen te noemen op het terrein van de rechtspsychologie. Op 11 maart vindt in het Belgische Jodoigne een studiedag plaats over Confrontatie en line-up. Dit betreft typisch een onderwerp van opsporing en bewijsvoering in relatie tot de identificatie van personen. Inlichtingen kunt u krijgen bij het Comite P (herman.de.ridder@comitep.be). Tenslotte vindt van 2-5 juli 2008 in Maastricht de achttiende jaarconferentie plaats van de European Association of Psychology and Law. Inlichtingen bij de Universiteit Maastricht (www.unimaas.nl/congresbureau/eapl2008).
Justitie en cognitie
Tenslotte nog een korte terugblik naar de door Studiecentrum Kerckebosch in samenwerking met andere organisaties opgezette dag over cognitie en justitie. Er was een zeer ruime belangstelling, zowel vanuit de kant van de “neuro” wetenschappers als van beleidsambtenaren. De belangstelling vanuit de groepen praktijkjuristen was minder groot. Op de dag kwam een veelheid aan thema’s aan bod. Bij mij is de overheersende indruk dat de betrokken disciplines nog heel ver van elkaar staan en vaak ook een karikaturaal beeld van elkaars gebied en methoden hebben. Werkbare resultaten op middellange termijn zijn waarschijnlijk te verwachten in de sfeer van de sanctietoepassing: in de combinatie behandeling, toezicht, zorg, beveiliging. Daarmee zijn we ten dele terug bij de maatschappelijke veiligheid als thema, hier vooral gestalte krijgend in de penologie en het penitentiair recht. Ook als het gaat om de straftheorie komen veiligheid en beveiliging steeds indrukwekkender om de hoek kijken: de theoretici geven zich er meer en meer rekenschap van dat vergelding en verzoening, speciale en generale preventie en dergelijke strafdoelen of –gronden onvoldoende recht doen aan de duiding van allerlei ontwikkelingen rond speciale programma’s etc. in de penitentiaire wereld, die in Angelsaksische termen de neoconservatieve invalshoek van het “just desert” te boven komt.
[1] Hoogleraar bewijs en bewijsrecht Universiteit Leiden.
[2] Het is wel interessant dat deze geografische band van Zeeland tot Zuidoost Friesland terug te vinden is in de frontlinie van de protestantse gebieden ten tijde van de Opstand en het ontstaan van de Republiek aan het einde van de zestiende eeuw.
[3] Te vinden op de website van de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP).
[4] Zie bijvoorbeeld R.W.M. Giard, Aansprakelijkheid van artsen. Juridische theorie en medische praktijk (diss. Leiden, Den Haag 2005 en I. Freckelton, Causation in Law and Medicine, Aldershot 2002
[5] Dat hoeft niet per se in de regelgeving tot uitdrukking te komen; het kan heel goed gaan om staande praktijk.
[6] Een interessante casus was de inzet van het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak van Hertel EHRM 25 augustus 1998, NJ 1999, 712
[7] Wet beëdigde tolken en vertalers, 11 oktober 2007, Stb 2007, 375
Naar Inhoudsopgave
Agenda
8 februari 2008 Symposium Expertise en Recht, georganiseerd door Juridisch PAO Leiden, in samenwerking met uitgeverij Paris, Stichting Landelijk Register Gerechtelijke Deskundigen (LRGD) en de Stichting Deskundigen en Rechtspleging (SDR). Meer informatie via een klik op deze link.
20 maart 2008 is er een symposium over Forensische expertise van het E.M. Meijers Instituut "Gesnapt? De forensische rechtspleging". Informatie daarover is te vinden op de website van het EMMI
16 april 2008 is er een "Kerckeboschdag" over Deskundigenrapporten in de strafrechtspleging. Meer informatie is binnenkort te vinden op de website van Kerckebosch.
22 april 2008 is er een "Kerckeboschdag" over het deskundig verhoren van verdachten en getuigen en de kwaliteit van de registratie van die verhoren. Meer informatie is binnenkort te vinden op de website van Kerckebosch.
3 juni 2008 wordt er een SDR studieavond georganiseerd over forensische accountancy met Jan van de Poel als inleider. De heer Van der Poel is verbonden is aan de Raad voor Accreditatie. Het programma wordt binnenkort gepubliceerd op de website van de SDR.
23 september 2008 wordt er een SDR studieavond georganiseerd over het initiatief van het Ministerie van Justitie m.b.t. het project waarin een deskundigenregister wordt ontwikkeld (zie ook hierna bij interessante websites). Inleider is de projectleider van dat initiatief, Michel Smithuis. Het programma wordt gepubliceerd op de website van de SDR.
Naar Inhoudsopgave
StAB door OM ingeschakeld in strafzaak
Een leerzame ervaring.
Op www.rechtspraak.nl is onder LJN nummer BA0200 een vonnis te vinden in een strafzaak over brand door schuld en milieudelicten - waarvan de verdachte werd vrijgesproken - en gevaarlijke afvalstoffen, waarvoor veroordeling volgde. Bij de behandeling van de zaak passeren deskundigenrapportten van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA) en de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) de revue. Geen van hen heeft op de plaats van de brand onderzoek kunnen doen, want na de brand is alles al snel opgeruimd. Ook de technisch recherche heeft destijds geen onderzoek gedaan.
Voor de StAB, die gewoonlijk de administratieve rechter adviseert in geschillen op het terrein van het fysiek leefmilieu, was het aanvaarden van een onderzoeksopdracht van het Openbaar Ministerie een nieuwe ervaring. Het rapport van de StAB heeft een belangrijke rol gespeeld en heeft (mede) geleid tot een veroordeling voor het niet naleven van de voorschriften van de vergunning.
In de procedure heeft de beklaagde zich op het standpunt gesteld, dat het onderzoek doelbewust gericht zou zijn geweest op “het aan de schandpaal nagelen van verdachte of haar directeuren.” De rechtbank gaat daarin niet mee en overweegt dat de externe deskundigen door het OM niet in hun onderzoek zijn gestuurd, maar in volle vrijheid omtrent hun bevindingen hebben kunnen rapporteren. Toch meent de StAB dat zo’n discussie over haar onpartijdigheid niet wenselijk is. De StAB heeft hier de les uit getrokken, dat het OM vanuit de positie van de deskundige bezien eigenlijk te beschouwen is als een procespartij en dat StAB beter haar deskundigenberichten kan leveren in opdracht van de rechtercommissaris of de rechtbank.
Naar Inhoudsopgave
Opleiding Gerechtelijk Deskundige 2008/2009 vanwege grote belangstelling mogelijk in 2 groepen
Voor de Specialisatie Opleiding Gerechtelijk Deskundige van Juridisch PAO van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden die op woensdag 17 september 2008 van start gaat, hebben zich nu al meer deelnemers aangemeld, dan er plaats is. JPAO heeft laten weten de mogelijkheid te overwegen om met twee groepen van start te gaan wanneer daarvoor voldoende belangstelling is. Belangstellenden voor deze opleiding wordt dan ook aangeraden om op korte termijn hun belangstelling kenbaar te maken door het sturen van een e-mail aan pao@law.leidenuniv.nl o.v.v. "graag op de wachtlijst extra leergang GD 2008-2009".
U kunt ook telefonisch contact opnemen (071 527 86 66). Op de website zijn alle gegevens van de opleiding te vinden.
Naar Inhoudsopgave
Interessante websites
CEAS
De commissie evaluatie afgesloten strafzaken (ook wel Posthumus II en CEAS genoemd) heeft tot doel na te gaan of zich in de opsporing van strafbare feiten en/of in de behandeling van daaruit voortgekomen strafzaken ernstige manco’s hebben voorgedaan die een evenwichtige beoordeling van de feiten door de rechter in de weg hebben gestaan. Informatie over de CEAS en haar rapporten is te vinden op de website van het Openbaar Ministerie
Nieuwsbrief van het Ministerie van Justitie
De projectgroep van het Ministerie van Justitie die werkt aan het deskundigenregister, dat zich allereerst gaat richten op deskundigen in strafzaken, allereerst DNA- en gedragsdeskundigen, geeft een e-mail nieuwsbrief uit over de voortgang van dat project. In de nieuwsbrief van 23 november 2007 wordt de verwachting uitgesproken, dat het register in de loop van 2008 wordt opgebouwd met, in eerste instantie, dna-, gedrags- en handschriftdeskundigen voor het strafrecht. In de nieuwsbrief van Justitie is ook informatie te vinden over het betreffende wetgevingsproces. Daarin wordt ook een stukje gewijd aan het ‘Leidse register’, waarmee het LRGD wordt bedoeld. De nieuwsbrief nalezen en aanmelden voor toezending daarvan kan via de website die te bereiken is met een klik op deze link.
Naar Inhoudsopgave
Recente artikelen over deskundigen
Bron: Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht (NTBR 2007/10)
* De rol van de deskundige in onteigeningsprocedures
In het artikel wordt uitgebreid de rol van de deskundige in onteigeningsprocedures beschreven en wordt aangegeven dat voor het deskundigenbericht in de onteigeningsprocedure enkele specifieke regels gelden, die mede verband houden met de taak die deskundigen in deze procedure hebben. Kern van hun taak is het adviseren van de rechter over de omvang van de aan de onteigende toekomende schadeloosstelling. Daarbij hebben zij een vrije rol. De rechter benoemt de deskundigen die vervolgens zelf aan het werk gaan. Hun rapport heeft veelal mede een juridisch karakter, waarin een aantal juridische vraagstukken die van belang zijn voor de vaststelling van de schadeloosstelling wordt beantwoord. De rechter volstaat in een heel aantal zaken met het bespreken van de bezwaren van partijen tegen dit rapport om vervolgens - soms zeer kort - aan te geven waarom de deskundigen het bij het rechte eind hebben. De schadeloosstelling wordt daarna in heel wat gevallen conform het rapport van deskundigen vastgesteld. Nu de rechter bovendien niet gebonden is aan de stellingen van partijen omtrent de schadeloosstelling omdat hij deze zelfstandig vaststelt, moge duidelijk zijn dat het deskundigenrapport in de onteigeningsprocedure zo niet het belangrijkste dan toch in ieder geval een zeer belangrijk stuk is dat grote invloed heeft op de uiteindelijke vaststelling van de schadeloosstelling door de rechter.
* De rol van de deskundige bij de vaststelling van schade in het bouwrecht
In het stuk wordt uitgebreide de rol van de deskundige in de diverse procedures beschreven. De rol van de deskundige in het consumentenbouwrecht is erg groot. De inspectie die door de technisch inspecteur/deskundige van het GIW/AIG wordt uitgevoerd, drukt een zware stempel op de arbitrage. Tot klachten, leidend tot vernietiging van een arbitrale uitspraak, heeft dit nimmer aanleiding gegeven. De rol van de deskundige bij de Raad van Arbitrage is veel kleiner. De reden daarvoor is de deskundigheid waarover de meestal technisch geschoolde arbiters zelf beschikken.
Naar Inhoudsopgave