Inhoudsopgave
Bericht van de voorzitter
Bestuurswisseling
Reinold van Bruggen heeft onlangs afscheid genomen als bestuurslid van de SDR. Hij heeft vanaf oktober 2002 deel uitgemaakt van het SDR-bestuur. Vanaf deze plaats wil het bestuur Reinold bedanken voor zijn inzet in de afgelopen vier jaar. De SDR is in gesprek met een opvolger en hoopt dit nieuwe bestuurslid binnenkort bij u te kunnen introduceren.
Bijeenkomsten
Zoals U reeds is bericht, verzorgt Prof. Dr. C. de Ruiter, bijzonder hoogleraar Forensische aan de universiteit Maastricht, een inleiding op de studiebijeenkomst van 4 oktober a.s. onder de titel: gedragskundige rapportages in strafzaken : problemen en oplossingen.
Op 29 november 2006 vindt te Leiden het jaarlijkse symposium van de SDR plaats. Thema dit jaar is: deskundigen & alternatieve geschillenbeslechting. Aan de orde komen de onderwerpen arbitrage, bindend advies en mediation. Per onderwerp wordt een inleiding verzorgd door zowel een jurist als een deskundige. De dag wordt afgesloten met een forumdiscussie en een borrel. Nadere informatie vindt u elders in deze nieuwsbrief en op de SDR website.
Wetgeving
Onlangs is een concept wetsvoorstel verschenen betreffende de positie van de deskundige in het strafproces. Het voorstel beoogt een versterking van de positie van de verdediging en kent aan de verdachte een uitdrukkelijk recht toe om een tegenonderzoek te laten verrichten m.b.t. forensisch onderzoek. Ook de rol van de rechter-commissaris wordt uitgebreid, door hem bijvoorbeeld buiten het kader van het gerechtelijk vooronderzoek de bevoegdheid te geven deskundigen te benoemen.
De eisen die aan een deskundige in het strafproces worden gesteld, worden aangescherpt. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de deskundigheid van de deskundige en op welke wijze de deskundigheid kan worden getoetst. In samenhang daarmee wordt de benoeming van een vaste gerechtelijke deskundige gebonden aan een termijn van vier jaren, waardoor periodieke controle op de bekwaamheid en betrouwbaarheid mogelijk wordt, aldus de memorie van toelichting bij dit concept wetsvoorstel.
Deze voorstellen lijken mij een belangrijke verbetering van de bestaande wettelijk regeling. Het stellen van kwaliteitseisen aan deskundigen en periodieke controle daarop impliceert eigenlijk, dat de wetgever het streven van de SDR en anderen om de opleiding van forensisch deskundigen te bevorderen en de totstandkoming van een Nederlands Deskundigenregister te realiseren onderschrijft. Al met al een belangrijke ontwikkeling!
Sijtze Wiersma
vice-voorzitter
terug naar inhoudsopgave
Agenda
SDR Studieavond
4 oktober 2006
Gedragskundige rapportages in strafzaken:
problemen en oplossingen
Inleider: Prof.dr. Corine de Ruiter, hoogleraar Forensische psychologie aan de Universiteit Maastricht en Programmaleider van het Trimbos-instituut
De rapportages van gedragsdeskundigen, voornamelijk psychiaters en psychologen, spelen in sommige strafzaken een niet onbelangrijke rol. Dit geldt bijvoorbeeld voor de oplegging en de verlenging van vrijheidsbenemende maatregelen als de tbs- en de PIJ-maatregel. Omdat de Nederlandse strafrechter in het algemeen weinig kritische vragen stelt bij deze adviezen, en meestal de adviezen van gedragsdeskundigen volgt, klemt de vraag naar de kwaliteit van deze adviezen des te meer.
Vanuit eigen ervaring en recente literatuur stelt de spreker de praktijk van de gedragskundige rapportage Pro Justitia ter discussie. De risico’s van het rapporteren over ontkennende verdachten, het optreden van sociaal-cognitieve bias bij de rapporteur, het ontbreken van wetenschappelijke onderbouwing voor de 5 graden van toerekeningsvatbaarheid, zijn enkele aspecten die aan de hand van casuïstiek worden toegelicht.
Aan het slot van de lezing worden mogelijke oplossingen aangedragen, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor de gedragsdeskundigen zelf (richtlijnontwikkeling, opleiding, intervisie), maar ook voor rechters, officieren en advocaten.
De SDR nodigt u uit voor het bijwonen van deze studieavond, waarin zoals gebruikelijk, zowel voor juristen als voor deskundigen relevante, actuele kwesties aan de orde gesteld worden. woensdag 4 oktober 2006 van 19:00 uur tot ca. 21:00 uur Kamerlingh Onnes Gebouw (rechtenfaculteit Universiteit Leiden) Steenschuur 25, 2311 ES Leiden
U kunt zich opgeven via een e-mail aan info@sdrnet.nl
Klik hier voor het volledige programma en om u aan te melden
Seminar rechtspraak in twee instanties op het terrein van het fysieke leefmilieu
31 oktober 2006
Ter gelegenheid van het 10 jarig bestaan organiseert de StAB op 31 oktober 2006 het seminar rechtspraak in twee instanties op het terrein van het fysieke leefmilieu. Het gratis seminar zal worden gehouden in de Nieuwe Kerk te Den Haag. Het programma kunt u lezen door op de datum te klikken.
terug naar inhoudsopgave
SDR-Symposium
woensdag 29 november 2006
Deskundigen & alternatieve geschillenbeslechting
te Leiden
Dagvoorzitter: prof. mr. H.J. Snijders, hoogleraar burgerlijk recht, Universiteit Leiden
Het symposium behandelt de rol van deskundigen in alternatieve geschillenbeslechting in civiel recht, strafrecht en bestuursrecht. Daarbij wordt door de verschillende inleiders ingegaan op de rol/taak van de deskundige bij arbitrage, bindend advies en mediation. De deelnemers krijgen alle gelegenheid om met de inleiders in gesprek te gaan, want er is uiteraard plaats ingeruimd voor een forumdiscussie.
Nog niet alle inleiders hebben toegezegd, maar in elk geval kunt u rekenen op prof. mr. J.M. Hebly (bijzonder hoogleraar bouwrecht, Universiteit Leiden; advocaat Houthoff Buruma), Mr. H.P. Kuijpers (directeur Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken en secretaris van de Geschillencommissies), mevrouw mr. Madeleine M.A. Spliet (plv landelijk projectleider Mediation naast Rechtspraak, raadsheer-plv in het Hof Den Bosch) en prof. Th.J. Mulder (ICT deskundige en gecertificeerd NMI mediator ).
Deelname aan het symposium levert 5 NOvA punten op voor advocaten, bij het NMI zijn PE punten aangevraagd.
Klik hier voor het volledige programma en om u aan te melden
terug naar inhoudsopgave
Rechtbank neemt conclusies deskundige over, maar komt toch tot een andere conclusie?
door Tycho de Graaf
In de nieuwsbrief van februari 2006 schreef Ben Slijk een korte bijdrage over het vonnis in de zaak OGP/Van Mierlo en kondigde aan dat ik dit vonnis zou bespreken.
Kort gezegd komt deze zaak op het volgende neer. OGP geeft Van Mierlo opdracht een elektro-acupunctuur apparaat genaamd NoNo 2000 te ontwikkelen. Van Mierlo overschrijdt het ontwikkelbudget flink en slaagt er niet in op de afgesproken datum een werkend apparaat op te leveren. OGP stuurt Van Mierlo een ingebrekestelling en ontbindt later de ontwikkelingsovereenkomst. Het gevolg van deze ontbinding is dat iedere partij terug moet geven wat hij van de ander heeft ontvangen. Voor Van Mierlo is dat eenvoudig. Van Mierlo moet aan OGP teruggeven wat OGP aan Van Mierlo heeft betaald. Bij OGP ligt dat lastiger. Want OGP heeft uitsluitend werkzaamheden van Van Mierlo ontvangen. En wat is de waarde van die werkzaamheden?
De rechtbank beslist in een tussenvonnis dat die waarde moet worden vastgesteld op minimaal EUR 24.957,91 omdat OGP in haar ingebrekestelling had geschreven dat "de verrichte werkzaamheden zijn te vatten onder de reeds betaalde aanneemsom en dat het niet redelijk is om haar nog meer kosten in rekening te brengen voor de ontwikkeling van de NoNo 2000". Vervolgens benoemt de rechtbank een deskundige en vraag hem vast te stellen wat de waarde van de werkzaamheden is. De deskundige berekent de waarde op basis van drie waarderingsgrondslagen. In haar eindvonnis neemt de rechtbank de conclusie van de deskundige over, maakt deze tot de hare en kiest vervolgens voor één van de berekeningen van de deskundige, de marktwaarde. Volgens de deskundige is de markwaarde nihil. Toch oordeelt de rechtbank dat de waarde EUR 24.957,91 is.
Ben Slijk vraagt zich terecht af hoe dat kan. Ik heb daar de volgende verklaring voor. Volgens de wet moet in dit geval de waarde worden vastgesteld op de waarde die de werkzaamheden op het tijdstip van ontvangst voor de ontvanger werkelijk hebben gehad. De waarde is dus de subjectieve waarde van het (niet werkende) apparaat voor OGP. De rechtbank leidt uit OGP's ingebrekestelling af dat OGP vindt dat waarde EUR 24.957,91 is. Dat objectief gezien de waarde nihil is, is volgens de rechtbank daarmee kennelijk verenigbaar.
Toch is dat oordeel onbevredigend. Want mag OGP's ingebrekestelling wel geïnterpreteerd worden zoals de rechtbank dat doet? Ik denk het niet. Toen OGP in haar ingebrekestelling schreef dat de verrichte werkzaamheden te vatten zijn onder de reeds betaalde aanneemsom, voegde zij er aan toe dat het niet redelijk was om haar nog meer kosten in rekening te brengen. Aannemelijk is dat OGP bedoelde te zeggen (en Van Mierlo niet anders begrepen kan hebben) dat als het Van Mierlo onverhoopt nog zou lukken een werkend apparaat op te leveren, OGP zeker niet zou gaan betalen voor de extra uren die Van Mierlo heeft verspijkerd. Het lijkt een brug te ver daaruit vervolgens, zoals de rechtbank doet, af te leiden dat OGP vindt dat het door Van Mierlo bereikte resultaat al een waarde heeft van EUR 24.957,91. OGP lijkt alleen belang te hebben bij een volledig werkend apparaat. Het is dus aannemelijk dat zij in alle andere gevallen niets wil betalen en, zoals ook uit de aangespannen procedure blijkt, het reeds betaalde zal willen terugvorderen.
Een andere verklaring voor de uitspraak is te vinden in het procesrecht. De hoofdregel is dat als een rechter in een tussenvonnis eenmaal uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een bindende eindbeslissing heeft gedaan, hij daar in een eindvonnis niet op terug mag komen. Wil hij dat voorkomen, dan moet hij zijn beslissing als voorlopig oordeel uitspreken. Dat heeft de rechter in deze zaak niet gedaan en dus is hij in zijn eindvonnis gebonden aan zijn eerdere beslissing dat het resultaat minimaal EUR 24.957,91 waard is.
Tycho de Graaf, advocaat bij NautaDutilh in Amsterdam en onderzoeker bij eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij.
terug naar inhoudsopgave
Ingezonden brief
Waar blijft het onafhankelijk deskundigenregister?
Als geslaagden van de eerste lichting van de PAO Gerechtelijk Deskundige hebben wij met enige regelmaat bij SDR - bestuursleden geïnformeerd naar de voortgang met betrekking tot het deskundigenregister. Immers, al in de SDR - nieuwsbrief van februari 2004 is ons medegedeeld dat het SDR heeft besloten een deskundigenregister in te richten. Inmiddels is er al een tweede PAO opleiding afgerond met een aantal geslaagden maar is er nog steeds geen register. Vanzelfsprekend moet het register openstaan voor alle deskundigen die voldoen aan de in dezelfde nieuwsbrief vermelde heldere kwaliteitscriteria en niet uitsluitend voor gediplomeerde van één instelling. Daarom leek de SDR ons als onafhankelijke stichting de voor de hand liggende partij om het register in te richten.
Wij zijn dan ook verrast door de mededeling van Peter Vos in de SDR-nieuwsbrief van mei 2006 dat ”er voor september 2006 een register zal worden aangelegd op het PAO-bureau van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Geslaagden zullen op hun verzoek in dit register kunnen worden ingeschreven….”.
Nu het SDR-bestuur daar niet in lijkt te slagen rijst bij ons de vraag of er nog wel een onafhankelijk deskundigenregister komt. Wellicht moeten wij gediplomeerden maar zelf het initiatief nemen.
Jacques Honkoop
Nico Keijser
Klaas van der Poel
Reacties graag per e-mail: honkoopj@wanadoo.nl
Reactie van het SDR-bestuur
SDR houdt zich nog steeds bezig met de voorbereidingen voor de oprichting van een register van deskundigen. Het streven is een register tot stand te brengen waarin aandacht is voor de kwaliteit van deskundigenrapporten. De voorbereidingen kosten meer tijd dan zich aanvankelijk liet aanzien, maar vorderen gestaag.
terug naar inhoudsopgave
Deskundigenbericht onbruikbaar vanwege procedurele fouten
Dat het wegwijs maken van deskundigen op terrein van het rechtsgeding noodzakelijk is, alvorens hen in te zetten, wordt duidelijk bij lezing van het op 12 oktober 2005 door de rechtbank Arnhem gewezen vonnis in de zaak van Miltenburg Lithografen tegen Afterpress (LJN: AU8391). Anderhalf jaar nadat de deskundige werd benoemd concludeert de rechtbank, dat het begrijpelijk is dat Afterpress het vertrouwen in de onpartijdigheid van deze deskundige heeft verloren en dat deze daarom niet zal worden gevraagd om een nadere toelichting op zijn rapport. De rechtbank zal een andere deskundige benoemen.
De reden daarvoor is niet dat, de deskundige niet voldoende deskundig bleek te zijn op zijn vakgebied, maar dat hij niet tewerk is gegaan, zoals in een gerechtelijke procedure van de deskundige verlangd wordt. Wat deed hij volgens de rechter verkeerd?
Na lezing van het procesdossier heeft de deskundige laten weten dat hij zich daardoor voldoende geïnformeerd achtte en alleen nog informatie wilde hebben over de door Miltenburg c.s. gebruikte hard- en software en de aanschafwaarde daarvan. Hij vroeg patijen in het betreffende faxbericht ook of zij nog opmerkingen wilden maken of verzoeken wilden doen ‘welke mogelijk nog tot aanvulling kunnen dienen’. Ook zegde de deskundige toe een concept rapport aan partijen te zullen sturen, zodat zij daarop nog zouden kunnen reageren. Miltenburg stuurt de betreffende informatie toe aan de deskundige. Kennelijk roept die informatie nog vragen op en daarop verliest de deskundige een van de basale regels van het procesrecht uit het oog en gaat hij, zonder medeweten van de andere partij twee gesprekken aan met Miltenburg. Mede op basis van de in die gesprekken verkregen informatie stelt hij zijn concept-rapport op. Daarop reageert de advocaat van Afterpress met een protest tegen de gang van zaken. De rechtbank volgt Afterpress daarin, want alhoewel er geen rechtsregel is, die gebiedt dat een deskundige de partijen altijd in elkaars aanwezigheid dient te horen (HR 12 februari 1993, NJ 1993, 234), dienen dergelijke gesprekken wel vooraf aangekondigd te worden en moet van de inhoud daarvan verslag gedaan worden. Aan die voorwaarden heeft de deskundige in deze zaak niet voldaan. Het alsnog voeren van een gesprek met Afterpress kon niet meer goed maken, dat er door de feitelijke gang van zaken ongelijkheid was ontstaan in procespositie ten nadele van Afterpress. Het is daarom, volgens de rechtbank, “begrijpelijk dat Afterpress het vertrouwen in de onpartijdigheid van deze deskundige heeft verloren. Reeds daarom zal hem niet worden bevolen een nadere toelichting op zijn rapport te geven, maar zal een andere deskundige moeten worden benoemd, waarvan de kosten wederom door Miltenburg c.s. zullen moeten worden voorgeschoten.”
Naast deze procedurele fout vermeldt het vonnis nog meer punten van kritiek op het optreden van de deskundige, die ondubbelzinnig duidelijk maken dat deze deskundige niet berekend was op zijn taak als gerechtelijk deskundige. Zo blijkt uit het antwoord van de deskundige op (hoofd-)vraag, dat hij zich niet heeft laten leiden door de door de rechtbank in de rechtsoverwegingen van het vonnis van 14 april 2004. De deskundige is aan die uitgangspunten voorbij gegaan, zonder dat deugdelijk te motiveren, zodat het rapport niet bruikbaar is. De deskundige heeft, zo blijkt uit het vonnis, zijn eigen invulling gegeven aan de overeenkomst tussen partijen en hanteert daardoor een onjuiste, althans in het betreffende rechtgeding onbruikbare, norm. Voorts heeft de deskundige niet, zoals in het vonnis bepaald, in overleg met de raadslieden van de partijen bepaald waar en wanneer hij tot zijn onderzoek zou overgaan, heeft hij de opmerkingen en verzoeken van de partijen niet in het rapport vermeld en is het rapport veel te laat is ingeleverd. De rechtbank zou in beginsel bereid zijn om de deskundige de gelegenheid te geven om de gemaakte fouten, voor zover nog mogelijk, te laten herstellen, maar ziet daarvan af vanwege de onvergeeflijke procedurefout.
Dit vonnis vormt een bevestiging van mijn stelling dat het optreden als deskundige in gerechtelijke procedures een vak is, dat geleerd moet worden! Die mogelijkheid is er sinds enkele jaren en de vraag dringt zich dan ook op waarom er nog steeds gerechtelijke deskundigen benoemd worden, die niet in dat vak zijn opgeleid. Ook partijen hebben belang bij de benoeming van een goed opgeleide deskundige, want door deze uitglijder loopt de procedure verder uit en worden er dus twee maal kosten gemaakt voor de deskundige, want ook falende deskundigen worden in de regel gewoon betaald voor hun werk.
Ben Slijk
PS Het vonnis is na te lezen op www.rechtspraak.nl onder LJN nummer AU8391 (u kunt ook klikken op deze link.)
terug naar inhoudsopgave
Rooster opleiding Gerechtelijk Deskundige 2006/2007
Op 13 september 2006 begon de derde opleiding Gerechtelijk Deskundige van de Universiteit Leiden. Deze keer met 21 cursisten. Het rooster en meer informatie over de opleiding is beschikbaar op de website van Juridische PAO Leiden en op te roepen via deze link.
Inhoudsopgave
Bericht van de voorzitter
Bestuurswisseling
Reinold van Bruggen heeft onlangs afscheid genomen als bestuurslid van de SDR. Hij heeft vanaf oktober 2002 deel uitgemaakt van het SDR-bestuur. Vanaf deze plaats wil het bestuur Reinold bedanken voor zijn inzet in de afgelopen vier jaar. De SDR is in gesprek met een opvolger en hoopt dit nieuwe bestuurslid binnenkort bij u te kunnen introduceren.
Bijeenkomsten
Zoals U reeds is bericht, verzorgt Prof. Dr. C. de Ruiter, bijzonder hoogleraar Forensische aan de universiteit Maastricht, een inleiding op de studiebijeenkomst van 4 oktober a.s. onder de titel: gedragskundige rapportages in strafzaken : problemen en oplossingen.
Op 29 november 2006 vindt te Leiden het jaarlijkse symposium van de SDR plaats. Thema dit jaar is: deskundigen & alternatieve geschillenbeslechting. Aan de orde komen de onderwerpen arbitrage, bindend advies en mediation. Per onderwerp wordt een inleiding verzorgd door zowel een jurist als een deskundige. De dag wordt afgesloten met een forumdiscussie en een borrel. Nadere informatie vindt u elders in deze nieuwsbrief en op de SDR website.
Wetgeving
Onlangs is een concept wetsvoorstel verschenen betreffende de positie van de deskundige in het strafproces. Het voorstel beoogt een versterking van de positie van de verdediging en kent aan de verdachte een uitdrukkelijk recht toe om een tegenonderzoek te laten verrichten m.b.t. forensisch onderzoek. Ook de rol van de rechter-commissaris wordt uitgebreid, door hem bijvoorbeeld buiten het kader van het gerechtelijk vooronderzoek de bevoegdheid te geven deskundigen te benoemen.
De eisen die aan een deskundige in het strafproces worden gesteld, worden aangescherpt. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de deskundigheid van de deskundige en op welke wijze de deskundigheid kan worden getoetst. In samenhang daarmee wordt de benoeming van een vaste gerechtelijke deskundige gebonden aan een termijn van vier jaren, waardoor periodieke controle op de bekwaamheid en betrouwbaarheid mogelijk wordt, aldus de memorie van toelichting bij dit concept wetsvoorstel.
Deze voorstellen lijken mij een belangrijke verbetering van de bestaande wettelijk regeling. Het stellen van kwaliteitseisen aan deskundigen en periodieke controle daarop impliceert eigenlijk, dat de wetgever het streven van de SDR en anderen om de opleiding van forensisch deskundigen te bevorderen en de totstandkoming van een Nederlands Deskundigenregister te realiseren onderschrijft. Al met al een belangrijke ontwikkeling!
Sijtze Wiersma
vice-voorzitter
terug naar inhoudsopgave
Agenda
SDR Studieavond
4 oktober 2006
Gedragskundige rapportages in strafzaken:
problemen en oplossingen
Inleider: Prof.dr. Corine de Ruiter, hoogleraar Forensische psychologie aan de Universiteit Maastricht en Programmaleider van het Trimbos-instituut
De rapportages van gedragsdeskundigen, voornamelijk psychiaters en psychologen, spelen in sommige strafzaken een niet onbelangrijke rol. Dit geldt bijvoorbeeld voor de oplegging en de verlenging van vrijheidsbenemende maatregelen als de tbs- en de PIJ-maatregel. Omdat de Nederlandse strafrechter in het algemeen weinig kritische vragen stelt bij deze adviezen, en meestal de adviezen van gedragsdeskundigen volgt, klemt de vraag naar de kwaliteit van deze adviezen des te meer.
Vanuit eigen ervaring en recente literatuur stelt de spreker de praktijk van de gedragskundige rapportage Pro Justitia ter discussie. De risico’s van het rapporteren over ontkennende verdachten, het optreden van sociaal-cognitieve bias bij de rapporteur, het ontbreken van wetenschappelijke onderbouwing voor de 5 graden van toerekeningsvatbaarheid, zijn enkele aspecten die aan de hand van casuïstiek worden toegelicht.
Aan het slot van de lezing worden mogelijke oplossingen aangedragen, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor de gedragsdeskundigen zelf (richtlijnontwikkeling, opleiding, intervisie), maar ook voor rechters, officieren en advocaten.
De SDR nodigt u uit voor het bijwonen van deze studieavond, waarin zoals gebruikelijk, zowel voor juristen als voor deskundigen relevante, actuele kwesties aan de orde gesteld worden. woensdag 4 oktober 2006 van 19:00 uur tot ca. 21:00 uur Kamerlingh Onnes Gebouw (rechtenfaculteit Universiteit Leiden) Steenschuur 25, 2311 ES Leiden
U kunt zich opgeven via een e-mail aan info@sdrnet.nl
Klik hier voor het volledige programma en om u aan te melden
Seminar rechtspraak in twee instanties op het terrein van het fysieke leefmilieu
31 oktober 2006
Ter gelegenheid van het 10 jarig bestaan organiseert de StAB op 31 oktober 2006 het seminar rechtspraak in twee instanties op het terrein van het fysieke leefmilieu. Het gratis seminar zal worden gehouden in de Nieuwe Kerk te Den Haag. Het programma kunt u lezen door op de datum te klikken.
terug naar inhoudsopgave
SDR-Symposium
woensdag 29 november 2006
Deskundigen & alternatieve geschillenbeslechting
te Leiden
Dagvoorzitter: prof. mr. H.J. Snijders, hoogleraar burgerlijk recht, Universiteit Leiden
Het symposium behandelt de rol van deskundigen in alternatieve geschillenbeslechting in civiel recht, strafrecht en bestuursrecht. Daarbij wordt door de verschillende inleiders ingegaan op de rol/taak van de deskundige bij arbitrage, bindend advies en mediation. De deelnemers krijgen alle gelegenheid om met de inleiders in gesprek te gaan, want er is uiteraard plaats ingeruimd voor een forumdiscussie.
Nog niet alle inleiders hebben toegezegd, maar in elk geval kunt u rekenen op prof. mr. J.M. Hebly (bijzonder hoogleraar bouwrecht, Universiteit Leiden; advocaat Houthoff Buruma), Mr. H.P. Kuijpers (directeur Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken en secretaris van de Geschillencommissies), mevrouw mr. Madeleine M.A. Spliet (plv landelijk projectleider Mediation naast Rechtspraak, raadsheer-plv in het Hof Den Bosch) en prof. Th.J. Mulder (ICT deskundige en gecertificeerd NMI mediator ).
Deelname aan het symposium levert 5 NOvA punten op voor advocaten, bij het NMI zijn PE punten aangevraagd.
Klik hier voor het volledige programma en om u aan te melden
terug naar inhoudsopgave
Rechtbank neemt conclusies deskundige over, maar komt toch tot een andere conclusie?
door Tycho de Graaf
In de nieuwsbrief van februari 2006 schreef Ben Slijk een korte bijdrage over het vonnis in de zaak OGP/Van Mierlo en kondigde aan dat ik dit vonnis zou bespreken.
Kort gezegd komt deze zaak op het volgende neer. OGP geeft Van Mierlo opdracht een elektro-acupunctuur apparaat genaamd NoNo 2000 te ontwikkelen. Van Mierlo overschrijdt het ontwikkelbudget flink en slaagt er niet in op de afgesproken datum een werkend apparaat op te leveren. OGP stuurt Van Mierlo een ingebrekestelling en ontbindt later de ontwikkelingsovereenkomst. Het gevolg van deze ontbinding is dat iedere partij terug moet geven wat hij van de ander heeft ontvangen. Voor Van Mierlo is dat eenvoudig. Van Mierlo moet aan OGP teruggeven wat OGP aan Van Mierlo heeft betaald. Bij OGP ligt dat lastiger. Want OGP heeft uitsluitend werkzaamheden van Van Mierlo ontvangen. En wat is de waarde van die werkzaamheden?
De rechtbank beslist in een tussenvonnis dat die waarde moet worden vastgesteld op minimaal EUR 24.957,91 omdat OGP in haar ingebrekestelling had geschreven dat "de verrichte werkzaamheden zijn te vatten onder de reeds betaalde aanneemsom en dat het niet redelijk is om haar nog meer kosten in rekening te brengen voor de ontwikkeling van de NoNo 2000". Vervolgens benoemt de rechtbank een deskundige en vraag hem vast te stellen wat de waarde van de werkzaamheden is. De deskundige berekent de waarde op basis van drie waarderingsgrondslagen. In haar eindvonnis neemt de rechtbank de conclusie van de deskundige over, maakt deze tot de hare en kiest vervolgens voor één van de berekeningen van de deskundige, de marktwaarde. Volgens de deskundige is de markwaarde nihil. Toch oordeelt de rechtbank dat de waarde EUR 24.957,91 is.
Ben Slijk vraagt zich terecht af hoe dat kan. Ik heb daar de volgende verklaring voor. Volgens de wet moet in dit geval de waarde worden vastgesteld op de waarde die de werkzaamheden op het tijdstip van ontvangst voor de ontvanger werkelijk hebben gehad. De waarde is dus de subjectieve waarde van het (niet werkende) apparaat voor OGP. De rechtbank leidt uit OGP's ingebrekestelling af dat OGP vindt dat waarde EUR 24.957,91 is. Dat objectief gezien de waarde nihil is, is volgens de rechtbank daarmee kennelijk verenigbaar.
Toch is dat oordeel onbevredigend. Want mag OGP's ingebrekestelling wel geïnterpreteerd worden zoals de rechtbank dat doet? Ik denk het niet. Toen OGP in haar ingebrekestelling schreef dat de verrichte werkzaamheden te vatten zijn onder de reeds betaalde aanneemsom, voegde zij er aan toe dat het niet redelijk was om haar nog meer kosten in rekening te brengen. Aannemelijk is dat OGP bedoelde te zeggen (en Van Mierlo niet anders begrepen kan hebben) dat als het Van Mierlo onverhoopt nog zou lukken een werkend apparaat op te leveren, OGP zeker niet zou gaan betalen voor de extra uren die Van Mierlo heeft verspijkerd. Het lijkt een brug te ver daaruit vervolgens, zoals de rechtbank doet, af te leiden dat OGP vindt dat het door Van Mierlo bereikte resultaat al een waarde heeft van EUR 24.957,91. OGP lijkt alleen belang te hebben bij een volledig werkend apparaat. Het is dus aannemelijk dat zij in alle andere gevallen niets wil betalen en, zoals ook uit de aangespannen procedure blijkt, het reeds betaalde zal willen terugvorderen.
Een andere verklaring voor de uitspraak is te vinden in het procesrecht. De hoofdregel is dat als een rechter in een tussenvonnis eenmaal uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een bindende eindbeslissing heeft gedaan, hij daar in een eindvonnis niet op terug mag komen. Wil hij dat voorkomen, dan moet hij zijn beslissing als voorlopig oordeel uitspreken. Dat heeft de rechter in deze zaak niet gedaan en dus is hij in zijn eindvonnis gebonden aan zijn eerdere beslissing dat het resultaat minimaal EUR 24.957,91 waard is.
Tycho de Graaf, advocaat bij NautaDutilh in Amsterdam en onderzoeker bij eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij.
terug naar inhoudsopgave
Ingezonden brief
Waar blijft het onafhankelijk deskundigenregister?
Als geslaagden van de eerste lichting van de PAO Gerechtelijk Deskundige hebben wij met enige regelmaat bij SDR - bestuursleden geïnformeerd naar de voortgang met betrekking tot het deskundigenregister. Immers, al in de SDR - nieuwsbrief van februari 2004 is ons medegedeeld dat het SDR heeft besloten een deskundigenregister in te richten. Inmiddels is er al een tweede PAO opleiding afgerond met een aantal geslaagden maar is er nog steeds geen register. Vanzelfsprekend moet het register openstaan voor alle deskundigen die voldoen aan de in dezelfde nieuwsbrief vermelde heldere kwaliteitscriteria en niet uitsluitend voor gediplomeerde van één instelling. Daarom leek de SDR ons als onafhankelijke stichting de voor de hand liggende partij om het register in te richten.
Wij zijn dan ook verrast door de mededeling van Peter Vos in de SDR-nieuwsbrief van mei 2006 dat ”er voor september 2006 een register zal worden aangelegd op het PAO-bureau van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Geslaagden zullen op hun verzoek in dit register kunnen worden ingeschreven….”.
Nu het SDR-bestuur daar niet in lijkt te slagen rijst bij ons de vraag of er nog wel een onafhankelijk deskundigenregister komt. Wellicht moeten wij gediplomeerden maar zelf het initiatief nemen.
Jacques Honkoop
Nico Keijser
Klaas van der Poel
Reacties graag per e-mail: honkoopj@wanadoo.nl
Reactie van het SDR-bestuur
SDR houdt zich nog steeds bezig met de voorbereidingen voor de oprichting van een register van deskundigen. Het streven is een register tot stand te brengen waarin aandacht is voor de kwaliteit van deskundigenrapporten. De voorbereidingen kosten meer tijd dan zich aanvankelijk liet aanzien, maar vorderen gestaag.
terug naar inhoudsopgave
Deskundigenbericht onbruikbaar vanwege procedurele fouten
Dat het wegwijs maken van deskundigen op terrein van het rechtsgeding noodzakelijk is, alvorens hen in te zetten, wordt duidelijk bij lezing van het op 12 oktober 2005 door de rechtbank Arnhem gewezen vonnis in de zaak van Miltenburg Lithografen tegen Afterpress (LJN: AU8391). Anderhalf jaar nadat de deskundige werd benoemd concludeert de rechtbank, dat het begrijpelijk is dat Afterpress het vertrouwen in de onpartijdigheid van deze deskundige heeft verloren en dat deze daarom niet zal worden gevraagd om een nadere toelichting op zijn rapport. De rechtbank zal een andere deskundige benoemen.
De reden daarvoor is niet dat, de deskundige niet voldoende deskundig bleek te zijn op zijn vakgebied, maar dat hij niet tewerk is gegaan, zoals in een gerechtelijke procedure van de deskundige verlangd wordt. Wat deed hij volgens de rechter verkeerd?
Na lezing van het procesdossier heeft de deskundige laten weten dat hij zich daardoor voldoende geïnformeerd achtte en alleen nog informatie wilde hebben over de door Miltenburg c.s. gebruikte hard- en software en de aanschafwaarde daarvan. Hij vroeg patijen in het betreffende faxbericht ook of zij nog opmerkingen wilden maken of verzoeken wilden doen ‘welke mogelijk nog tot aanvulling kunnen dienen’. Ook zegde de deskundige toe een concept rapport aan partijen te zullen sturen, zodat zij daarop nog zouden kunnen reageren. Miltenburg stuurt de betreffende informatie toe aan de deskundige. Kennelijk roept die informatie nog vragen op en daarop verliest de deskundige een van de basale regels van het procesrecht uit het oog en gaat hij, zonder medeweten van de andere partij twee gesprekken aan met Miltenburg. Mede op basis van de in die gesprekken verkregen informatie stelt hij zijn concept-rapport op. Daarop reageert de advocaat van Afterpress met een protest tegen de gang van zaken. De rechtbank volgt Afterpress daarin, want alhoewel er geen rechtsregel is, die gebiedt dat een deskundige de partijen altijd in elkaars aanwezigheid dient te horen (HR 12 februari 1993, NJ 1993, 234), dienen dergelijke gesprekken wel vooraf aangekondigd te worden en moet van de inhoud daarvan verslag gedaan worden. Aan die voorwaarden heeft de deskundige in deze zaak niet voldaan. Het alsnog voeren van een gesprek met Afterpress kon niet meer goed maken, dat er door de feitelijke gang van zaken ongelijkheid was ontstaan in procespositie ten nadele van Afterpress. Het is daarom, volgens de rechtbank, “begrijpelijk dat Afterpress het vertrouwen in de onpartijdigheid van deze deskundige heeft verloren. Reeds daarom zal hem niet worden bevolen een nadere toelichting op zijn rapport te geven, maar zal een andere deskundige moeten worden benoemd, waarvan de kosten wederom door Miltenburg c.s. zullen moeten worden voorgeschoten.”
Naast deze procedurele fout vermeldt het vonnis nog meer punten van kritiek op het optreden van de deskundige, die ondubbelzinnig duidelijk maken dat deze deskundige niet berekend was op zijn taak als gerechtelijk deskundige. Zo blijkt uit het antwoord van de deskundige op (hoofd-)vraag, dat hij zich niet heeft laten leiden door de door de rechtbank in de rechtsoverwegingen van het vonnis van 14 april 2004. De deskundige is aan die uitgangspunten voorbij gegaan, zonder dat deugdelijk te motiveren, zodat het rapport niet bruikbaar is. De deskundige heeft, zo blijkt uit het vonnis, zijn eigen invulling gegeven aan de overeenkomst tussen partijen en hanteert daardoor een onjuiste, althans in het betreffende rechtgeding onbruikbare, norm. Voorts heeft de deskundige niet, zoals in het vonnis bepaald, in overleg met de raadslieden van de partijen bepaald waar en wanneer hij tot zijn onderzoek zou overgaan, heeft hij de opmerkingen en verzoeken van de partijen niet in het rapport vermeld en is het rapport veel te laat is ingeleverd. De rechtbank zou in beginsel bereid zijn om de deskundige de gelegenheid te geven om de gemaakte fouten, voor zover nog mogelijk, te laten herstellen, maar ziet daarvan af vanwege de onvergeeflijke procedurefout.
Dit vonnis vormt een bevestiging van mijn stelling dat het optreden als deskundige in gerechtelijke procedures een vak is, dat geleerd moet worden! Die mogelijkheid is er sinds enkele jaren en de vraag dringt zich dan ook op waarom er nog steeds gerechtelijke deskundigen benoemd worden, die niet in dat vak zijn opgeleid. Ook partijen hebben belang bij de benoeming van een goed opgeleide deskundige, want door deze uitglijder loopt de procedure verder uit en worden er dus twee maal kosten gemaakt voor de deskundige, want ook falende deskundigen worden in de regel gewoon betaald voor hun werk.
Ben Slijk
PS Het vonnis is na te lezen op www.rechtspraak.nl onder LJN nummer AU8391 (u kunt ook klikken op deze link.)
terug naar inhoudsopgave
Rooster opleiding Gerechtelijk Deskundige 2006/2007
Op 13 september 2006 begon de derde opleiding Gerechtelijk Deskundige van de Universiteit Leiden. Deze keer met 21 cursisten. Het rooster en meer informatie over de opleiding is beschikbaar op de website van Juridische PAO Leiden en op te roepen via deze link.